Schrijver
In Nederland maakt de keurmeester een verslag van elke hond en de schrijver noteert wat de keurmeester dicteert.
De schrijver moet dus uren lang kunnen pennen, een typemachine wordt bijna nooit gebruikt.
Keurmeesters spreken Nederlands, maar soms Engels, Duits of Frans. Schrijvers beheersen dus bij voorkeur de kynologische terminologie in een of meer van deze in de FCI gehanteerde talen.
Het ziet er zo rustig uit, dat schrijven, maar het is vaak een hectische taak. Het verslag moet namelijk in één keer goed op papier komen. Corrigeren ziet er niet uit en er is nauwelijks tijd voor, ook niet als de spelling een beetje zou hebben gehaperd. Op een tentoonstelling is het meestal rumoerig, niet elke keurmeester spreekt even duidelijk, soms ook omdat hij zich moet uitdrukken in een andere dan zijn moerstaal.
Schrijver zijn is een vertrouwensfunctie. De keurmeester moet er op kunnen vertrouwen dat wat hij dicteert ongewijzigd op papier gezet wordt. Elk woord meelezen is niet goed doenlijk voor een keurmeester.
Soms zijn schrijvers goed ingevoerd in het betreffende ras en hebben ze zo hun eigen gedachten over de opmerkingen van de ambterende keurmeester. Die zullen ze moeten bedwingen, eigen inbreng van de schrijver is niet toegestaan.














