Toegestane kruisingen varieteiten
Onderstaand treft u een lijst aan van rashonden varieteiten die, binnen het gestelde in Artikel III. 14B KR, mogelijk zijn.
Artikel III. 14B KR
1. Conform het gestelde in de circulaire van de FCI van 17 oktober 1973 (nr. 36/1973) zijn kruisingen tussen verschillende variëteiten van eenzelfde ras niet toegestaan wanneer aan deze variëteiten een apart CACIB wordt toegekend.
2. In overeenstemming met het besluit van de Algemene Ledenvergadering van de FCI (1984, Acapulco Mexico) is een uitzondering op het eerste lid van dit artikel mogelijk en zijn variëteitkruisingen binnen een ras mogelijk onder de volgende voorwaarden:
a. De voor het ras bevoegde kennelclub bepaalt op welke wijze binnen een ras variëteitkruisingen mogen worden toegepast.
b. Voordat variëteitkruisingen mogen worden toegepast, moet de rasvereniging een plan maken dat als basis dient voor de mogelijkheid te komen tot variëteitkruisingen. Uitgangspunt voor een dergelijk plan is, dat het toestaan van variëteitkruisingen alleen zin heeft als dit leidt tot verbetering van het ras of een noodzakelijke verbreding van de fokbasis.
c. In principe zijn variëteitkruisingen tussen honden van één ras met verschillende haarkleur en haarvariëteit mogelijk.
d. Variëteitkruisingen tussen honden van één ras met verschillende maatvariëteiten is alleen in uitzonderlijke gevallen toegestaan.
e. De haarvariëteit en haarkleur van de ouderdieren zal op de stamboom van de nakomelingen worden vermeld.
De variëteiten met verschillende CACIB’s waarvoor de FCI variëteitkruisingen onder bovenstaande voorwaarden toestaat, staan hieronder vermeld.
3. Het bestuur van de Raad van Beheer beslist na overleg met de voor het ras erkende rasverenging of en onder welke voorwaarden de uitzondering van lid 2 van toepassing is.
4. Honden die voortkomen uit een kruising die niet is toegestaan, worden niet in het Nederlands Hondenstamboek ingeschreven.
Het artikel treedt in werking per 1 januari 2009.














