Hieronder vindt u informatie over de door de FCI erkende rassen en rasgroepen.
Aan de hier vermelde rasinformatie en afbeelding kunnen geen rechten ontleend worden. De omschrijving geldt als indicatie.
De officiële FCI rasstandaarden in samenhang met eventuele convenanten met de erkende rasvereniging gelden als leidend voor beoordelingen tijdens officiële FCI/Raad van Beheer exposities en wedstrijden en voor opname in het NHSB.
De naamsoorsprong ligt in het gelijknamige graafschap (Engeland), maar zijn geschiedenis ligt in Cambridge, waar ze rond 1870 voornamelijk door studenten werden gekocht. Tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog maakte het ras moeilijke tijden door. De Norfolk Terrier (hangend oor) en de Norwich Terrier (staand oor) behoorden tot de jaren zestig van de vorige eeuw tot één en hetzelfde ras.
Algemeen voorkomen
Kleine, lage, alerte hond. Compact, sterk en met stevige botten. De rug is kort, de snuit wigvormig, krachtig en met sterke kaken. Maakt een onbevreesde indruk; de rasstandaard noemt hem een 'duiveltje' voor zijn afmetingen. Het relatief korte staartje wordt zwierig gedragen.
Schofthoogte
25 - 26 cm
Gewicht
ongeveer 5 - 5,5 kg
Vacht
De vacht is recht, hard en draadachtig. Dicht op het lichaam liggend. Langer en grover aan hals en schouders. Kleur: alle tinten rood, tarwekleurig, zwart met roestbruin of grauw. Witte vlekken of aftekening toegestaan, maar ongewenst.
Gebruik
Oorspronkelijk gefokt voor de verdelging van ratten, muizen en konijnen. Nu hoofdzakelijk gezinshond, maar wel een die zijn afkomst niet is vergeten. Vriendelijk voor kinderen.
Gezondheid
Geen ernstige rasgebonden afwijkingen bekend.
Aard
Beminnelijk, energiek, vrolijk, kwiek en onverschrokken.
Bijzonderheden
De vacht moet regelmatig geplukt worden, maar moet wel vol blijven. Voeten en oren moeten ook van overtollig haar worden ontdaan.