Hieronder vindt u informatie over de door de FCI erkende rassen en rasgroepen.
Aan de hier vermelde rasinformatie en afbeelding kunnen geen rechten ontleend worden. De omschrijving geldt als indicatie.
De officiële FCI rasstandaarden in samenhang met eventuele convenanten met de erkende rasvereniging gelden als leidend voor beoordelingen tijdens officiële FCI/Raad van Beheer exposities en wedstrijden en voor opname in het NHSB.
Elegante, schrandere, levendige hond, oorspronkelijk jachthond, maar tegenwoordig veel bekender als gezelschapshond. Zijn origine is onduidelijk: er zijn aanwijzingen dat het ras al in de oudheid bestond, Frankrijk en Duitsland eisen hem als 'nationaal' ras op en in de literatuur worden o.a. Rusland, Hongarije en Afrika genoemd als bakermat van het ras. Voor de FCI is Frankrijk het land van oorsprong. Komt voor in vier grootteslagen (Toy, Dwerg, Middenslag en Groot) en zes vachtkleuren.
Algemeen voorkomen
Evenredig gebouwde hond met trippelend, licht gangwerk. Unieke vacht: de krullen ruien niet, het haar groeit door. De vacht laat zich in vele vormen toiletteren, niet alleen in de soms opzichtige modellen die men op tentoonstellingen wel ziet, maar ook in vormen die heel vlot, normaal en sportief ogen in het dagelijks gebruik.
Schofthoogte
45-60 cm, met een marge van 2 cm naar boven
Gewicht
ongeveer 20 - 30 kg
Vacht
Overvloedig, fijn haar, wollig, goed kroezend, veerkrachtig, dik en dicht, van gelijkmatige lengte en gelijkmatige krullen, in de kleuren zwart, wit, grijs, bruin en abrikoos. Naast de krulpoedel bestaat er ook een ?koordenpoedel?, waarbij het haar koordjes vormt; deze variëteit wordt echter nauwelijks meer gezien.
Gebruik
Oorspronkelijk jachthond, maar al lang niet meer als zodanig in gebruik. Bijzonder populaire gezelschapshond.
Gezondheid
Soms komt heupdysplasie voor, en incidenteel erfelijke oogafwijkingen.
Aard
Attent, zeer leergierig, tot op hoge leeftijd speels, vrolijk, vriendelijk en verdraagzaam, ook naar vreemde mensen en honden, zeer aanhankelijk voor zijn baas.
Bijzonderheden
De Poedelvacht moet, om mooi en fris te blijven, liefst dagelijks een kambeurt krijgen. Eens per maand is het nodig het model er in te knippen of te scheren. Dit valt zelf te leren, maar vergt wel de nodige vaardigheid.