Hieronder vindt u informatie over de door de FCI erkende rassen en rasgroepen.
Aan de hier vermelde rasinformatie en afbeelding kunnen geen rechten ontleend worden. De omschrijving geldt als indicatie.
De officiële FCI rasstandaarden in samenhang met eventuele convenanten met de erkende rasvereniging gelden als leidend voor beoordelingen tijdens officiële FCI/Raad van Beheer exposities en wedstrijden en voor opname in het NHSB.
De oudste van alle jachthondenrassen. Oorspronkelijk kwamen onze tegenwoordige Spaniel-rassen onder één naam voor: "Spaniels". In de 18e eeuw had men de Spaniels in twee groepen verdeeld: de Springing Spaniels en de Setting Spaniels. De eerste groep stootte het wild uit de dekking op ("to spring the game"), de tweede liet zich met het wild onder het net vangen. Uit de Springing Spaniels ontstonden de Welsh Springer Spaniel in Wales en de Engelse Springer Spaniel. Het ras werd in 1902 erkend.
Algemeen voorkomen
Middelgrote, symmetrisch gebouwde, compacte, sterke hond, gebouwd op uithoudingsvermogen en werk. Van alle Landspaniels staat hij het hoogst op de benen en is het meest gebouwd op kracht en snelheid.
Schofthoogte
circa 51 cm
Gewicht
circa 23 kg
Vacht
Dichte, rechte en waterbestendige vacht die nooit hard mag zijn. Matige bevedering aan oren, benen en lichaam. Kleur: leverkleurig en wit en zwart en wit, al dan niet met bruine aftekeningen.
Gebruik
Gebruikt voor de jacht voor de voet, waarbij hij het wild opspoort en opstoot uit de dekking en het na het schot apporteert. Werkende honden stammen meestal uit zogenaamde werklijnen.
Gezondheid
Fokdieren worden onderzocht op het voorkomen van heupdysplasie en erfelijke oogaandoeningen.
Aard
Vriendelijk, vrolijk, gehoorzaam. Nooit agressief of angstig.
Bijzonderheden
De vacht moet regelmatig geborsteld en gekamd worden en enkele malen per jaar getrimd worden, waarbij het dode haar op het hoofd en de rug met de hand wordt verwijderd, en het haar aan de staart en de voeten wordt bijgeknipt.