Hieronder vindt u informatie over de door de FCI erkende rassen en rasgroepen.
Aan de hier vermelde rasinformatie en afbeelding kunnen geen rechten ontleend worden. De omschrijving geldt als indicatie.
De officiële FCI rasstandaarden in samenhang met eventuele convenanten met de erkende rasvereniging gelden als leidend voor beoordelingen tijdens officiële FCI/Raad van Beheer exposities en wedstrijden en voor opname in het NHSB.
De naam is afkomstig van een personage in de roman 'Guy Mannering' van Sir Walter Scott. Daarin wordt gesproken over peper- en mosterdkleurige kleine, ruigharige jachtterriërs. Bij het ontstaan hebben diverse Terriërrassen een rol gespeeld. Het oorspronkelijke uiterlijk is in de afgelopen eeuwen niet wezenlijk veranderd. Gebied van oorsprong is het grensgebied tussen Engeland en Schotland.
Algemeen voorkomen
Een kortbenige Terrier (de achterbenen zijn wat langer dan de voorbenen) met een opvallend, relatief groot hoofd, dat bedekt is met zijdeachtig haar. Het lichaam is lang en doet wat wezelachtig aan. Typerend zijn de kuif (topknot) en de dunne kwastjes aan de oren, die hem een innemend uiterlijk geven.
Schofthoogte
ongeveer 25 - 30 cm
Gewicht
tussen de 8 en 11 kg
Vacht
Waterdichte, harde bovenvacht en een zachte ondervacht. Doordat de hardere haren door het zachtere onderhaar heen komen, geeft de vacht de indruk van een penseel. Bevedering aan de voorbenen en het haar op de staart is draadachtig. Kleuren: peper- of mosterdkleurig. Binnen beide kleuren zijn variaties mogelijk van blauwachtig zwart tot licht zilvergrijs en van roodachtig bruin tot bleek beige.
Gebruik
Als aardhond werd hij oorspronkelijk gebruikt voor de jacht op dieren die in holen wonen. In huis gedraagt hij zich rustig en is daarom een prettige gezinshond, die vanwege zijn sterke wil een consequente opvoeding vraagt.
Gezondheid
Zie de WKHS gezondheidsinventarisatie. Geen ernstige rasgebonden afwijkingen bekend.
Aard
Onafhankelijk, schrander, vasthoudend, toegewijd en soms eigenwijs. Is zeer gesteld op de eigen gezinsleden, geen allemansvriend en betrekkelijk waaks.
Bijzonderheden
Moet gemiddeld tweemaal per jaar, door te plukken of met behulp van een trimmes, van het dode en overtollige haar worden ontdaan. Regelmatig kammen en borstelen.