Hieronder vindt u informatie over de door de FCI erkende rassen en rasgroepen.
Aan de hier vermelde rasinformatie en afbeelding kunnen geen rechten ontleend worden. De omschrijving geldt als indicatie.
De officiële FCI rasstandaarden in samenhang met eventuele convenanten met de erkende rasvereniging gelden als leidend voor beoordelingen tijdens officiële FCI/Raad van Beheer exposities en wedstrijden en voor opname in het NHSB.
Een oud Tsjechisch jachthondenras dat na de Eerste Wereldoorlog bijna geheel verdwenen was. Met behulp van de weinige nog overgebleven honden en kruisingen met andere rassen, onder andere de Duitse Staande Draadhaar, is het ras weer teruggefokt.
Algemeen voorkomen
Middelmatig grote, zeer krachtige, ruwharige jachthond, die zich in bouw en karakter bevindt tussen de Duitse Staande Draadhaar en de Griffon Korthals.
Schofthoogte
reuen 60-66 cm, teven 58-62 cm
Gewicht
reuen 28-34 kg, teven 22-28 kg
Vacht
De beharing bestaat uit drie haarsoorten: een zachte, dichte, lange ondervacht, die de huid tegen vocht beschermt en in de zomer bijna geheel verdwijnt; de bovenvacht van 3-4 cm lengte, hard en ruw; nauw aanliggend en borstelig haar op borst, rug, liezen en schouders. Op de wangen en lippen een baard van langer, zachter haar. Boven de ogen schuin opstaand haar, dat de wenkbrauwen vormt. Kleur vuil wit met bruine aftekeningen, bruinschimmel met of zonder platen, bruin met honingkleurige aftekeningen op de borst en onderkant van de voorbenen, effen bruin.
Gebruik
Een buitengewoon goede jachthond, die goed is in het opsporen van wild, maar ook goed voorstaat en apporteert en goed waterwerk verricht. Met name in het land van herkomst geniet deze hond de voorkeur boven andere staande honden.
Gezondheid
Er zijn geen rasspecifieke gezondheidsproblemen bekend.
Aard
Zeer gehecht aan zijn baas en makkelijk te leiden. Een goede waakhond.
Bijzonderheden
Vooral wanneer de hond in het voorjaar de ondervacht verliest, zal hij veel geborsteld moeten worden.