Hieronder vindt u informatie over de door de FCI erkende rassen en rasgroepen.
Aan de hier vermelde rasinformatie en afbeelding kunnen geen rechten ontleend worden. De omschrijving geldt als indicatie.
De officiële FCI rasstandaarden in samenhang met eventuele convenanten met de erkende rasvereniging gelden als leidend voor beoordelingen tijdens officiële FCI/Raad van Beheer exposities en wedstrijden en voor opname in het NHSB.
Land van herkomst is het grensgebied tussen Engeland en Schotland, de Border. Eén van de weinige nog werkende Terriers. Een kleine, ruigharige, in zijn oorspronkelijke verschijningsvorm bewaard gebleven hond. In 1920 als ras erkend.
Algemeen voorkomen
Harmonisch gebouwd met het uiterlijk van een echte werkhond. Kenmerkend zijn het otterhoofd en het losse vel, dat de hond beschermt tegen beten en verwondingen. De borstkas dient vlak achter de ellebogen met twee handen te omspannen zijn. Atletisch voorkomen, maar nooit grof. Normale beenlengte.
Schofthoogte
Geen vermelding in de rasstandaard maar in de praktijk ongeveer 35 cm
Gewicht
reuen 5,9 - 7,1 kg, teven 5,1 - 6,4 kg
Vacht
Dichte, middelmatig harde bovenvacht met een zachte en dichte ondervacht. Kleuren: rood, tarwekleurig, grijs met tan en blauw met tan. Kleine witte borstvlek is toegestaan.
Gebruik
Oorspronkelijk gefokt voor de jacht op otter, vos, das, marter, enz. Nu een sportieve familiehond, die een normale hoeveelheid beweging moet hebben.
Gezondheid
Geen ernstige rasgebonden afwijkingen bekend.
Aard
Levendig, oplettend, moedig en schrander. Niet zenuwachtig of agressief. Past zich gemakkelijk aan.
Bijzonderheden
Ongeveer tweemaal per jaar moet het dode haar worden verwijderd door het te plukken.