Rashonden

Om rashond te zijn moet een hond voldoen aan drie voorwaarden: beantwoorden aan de kenmerken die voor zijn ras in de standaard zijn vastgelegd, als rashond bij een stamboek geregistreerd staan, en een vader en moeder hebben die tot hetzelfde ras behoren.

 

 

De stamboom die door de Raad van Beheer wordt uitgegeven is uitsluitend een afstammingsbewijs en zegt niets over onder andere de gezondheidstoestand van de op de stamboom vermelde honden.

Voldoen aan een standaard duidt erop dat rashonden erfelijk vastgelegde kenmerken, in een voor dat ras karakteristiek combinatie, met elkaar gemeen hebben. Honden van een ras lijken op elkaar, uiterlijk maar ook in karakter en gedrag. Dat komt omdat in het verleden honden voor een min of meer gespecialiseerde taak werden uitgeselecteerd.

 

 

 

Voor zo'n taak was een bepaald uiterlijk van belang (grootte, bouw, vacht), in combinatie met aanleg en karakter. Honden moesten een specifiek karwei opknappen, zoals wild opjagen, stellen of vangen, vee drijven, hoeden of verdedigen of huis en hof tegen indringers beschermen. Bijna altijd ging het om puur nut: ze verleenden hun baas bijstand in de strijd om het dagelijkse bestaan. Toch zijn ook vroeger al rashonden gefokt om luxe-redenen, zoals voor de plezierjacht, of als schoothondje.

 

 

Rassen kunnen in omvang enorm verschillen. Er zijn er waarvan maar een paar honderd honden voorkomen, maar ook zijn er rassen met wereldwijd honderdduizenden exemplaren. Bekendste voorbeeld van dat laatste is de Duitse Herdershond, die overal ter wereld en door de jaren heen in hoge mate geliefd is. Er zijn echter heel wat meer rassen die qua uiterlijk redelijk bekend, maar absoluut niet populair zijn, en die per land slechts een kleine schare liefhebbers tellen. Tenslotte zijn er talloze rassen die maar in een land in een behoorlijk aantal voorkomen, en verder slechts mondjesmaat over een aantal andere landen zijn verspreid.

Populariteit van een ras is maar in een enkel geval blijvend. Meestal gaat het om een tijdelijk fenomeen. In rashondenkringen wordt voor een plotselinge grote populariteit gevreesd. In zo'n situatie ligt namelijk het gevaar op de loer dat onoordeelkundig wordt gefokt en dat onbezonnen wordt aangeschaft. Dat pakt meestal schadelijk uit voor de kwaliteit van het ras en voor het aanzien ervan.

 

Heden ten dage worden nog maar weinig honden uitsluitend voor het nut gehouden. Bijna alle honden zijn er voor ons genoegen, vertier en gezelschap. Van de inspanningen van onze voorouders, die de rassen vanwege werkcapaciteiten creëerden, kunnen echter ook wij de vruchten plukken. De rijkdom aan rassen biedt ons de kans precies dat type hond te kiezen dat past bij onze wensen. Waarbij wij dan wel weer de plicht hebben de hond datgene te bieden wat past bij zijn behoeften!

 

Sinds het begin van de georganiseerde kynologie, eind 1900, worden rassen systematisch beschreven in standaards en door nationale kennel clubs van een erkenning voorzien. Uiteindelijk volgt dan erkenning door de FCI. De FCI is de overkoepeling waarbij bijna alle kennelclubs ter wereld bij zijn aangesloten.

Momenteel erkent de FCI meer dan driehonderd rassen. Zo nu en dan komt daar nog wel eentje bij. Dat zijn dan bijna nooit helemaal 'nieuwe' rassen, maar meestal altijd juist heel oude, die echter pas recent in de belangstelling van kynologen zijn geraakt.

De FCI verdeelt de rassen over tien rasgroepen, al naar hun verwantschap en/of functie.

 

Erkende rassen

 

Lang niet alle driehonderd door de FCI erkende rassen zijn in Nederland aanwezig. Maar wel veel daarvan, want Nederland kent een rijk kynologisch leven. Van de in Nederland voorkomende rassen is een korte impressie opgenomen, zo mogelijk met foto.

 

Als het ras in voldoende aantallen in Nederland voorkomt, dan is er meestal een vereniging die zich met zijn belangen bezighoudt. Bestaat er voor een ras een bij de Raad van Beheer aangesloten vereniging, dan wordt in de beschrijving voor verdere informatie daarnaar doorverwezen.

 

Drecomm
X