Uitspraken Tuchtcollege
09-263
UITSPRAAK van het Tuchtcollege in de zaak tegen:
H.B.G. Bouwman-van den Berg
wonende te …….…,
beklaagde.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 januari 2010.
De beklaagde is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.
De klaagster, de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland, gevestigd te 1075 AV Amsterdam, Emmalaan 16-18, ter zitting vertegenwoordigd door haar hoofd juridische zaken mevrouw mr. D.F. Dokkum, heeft gevorderd dat het Tuchtcollege de zaak in behandeling zal nemen.
HET VERWETEN GEDRAG
De beklaagde wordt verweten dat
zij op of omstreeks 10 augustus 2009 als eigenaar van een hond, een teef, genaamd Kira v. Ludmilla, NHSB 2619105 en geboren op 26 juli 2006, heeft laten dekken althans niet heeft voorkomen dat deze teef werd gedekt, als gevolg waarvan uit die teef op of omstreeks 10 oktober 2009 een of meer pups zijn geboren, waarvan zij in de zin van het Kynologisch Reglement de fokker is zulks terwijl die teef als gevolg van die dekking in een periode van 24 maanden meer dan twee nesten heeft voortgebracht.
Art. VIII.2.1 jo VIII.3 KR
RECHTSMACHT
Het Tuchtcollege is bevoegd in deze zaak te oordelen omdat de beklaagde ten tijde van het haar verweten gedrag lid was van een vereniging, die is toegelaten tot het lidmaatschap van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland. Op grond van de statuten van die vereniging is de beklaagde onderworpen aan de rechtsmacht van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland.
OVERWEGINGEN
Uit het door de Raad van Beheer ingediende klachtenformulier met de bijlagen kan als vaststaand worden aangenomen dat de teef, genaamd Kira v. Ludmilla, NHSB 2619105, op of omstreeks 10 augustus 2009 is gedekt en dat als gevolg daarvan uit die teef op of omstreeks 5 oktober 2009 een of meer pups zijn geboren, dat de beklaagde in de zin van het Kynologisch Reglement de fokker van dat nest pups is en dat die teef als gevolg van die dekking in een periode van 24 maanden meer dan twee nesten heeft voortgebracht.
De beklaagde heeft in het geheel niet gereageerd op de haar toegezonden aanklacht noch op de haar toegezonden oproeping voor de zitting van het Tuchtcollege.
Het Tuchtcollege is van oordeel dat beklaagde kennelijk onvoldoende maatregelen heeft genomen om te voorkomen dat de teef in strijd met het bepaalde in het Kynologisch Reglement is gedekt.
CONCLUSIE
Het Tuchtcollege acht bewezen dat de beklaagde het haar verweten feit heeft gepleegd en acht de beklaagde daarvoor strafbaar.
OVERWEGINGEN MET BETREKKING TOT DE STRAFMAAT
Het Tuchtcollege overweegt dat met de onderhavige regelgeving door de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland is beoogd om het belang van de gezondheid en het welzijn van de rashondenpopulatie in Nederland te dienen. Nu de bevordering van de gezondheid en het welzijn van honden en hondenpopulaties een statutair doel van de vereniging is, is het Tuchtcollege van oordeel dat overtreden van deze regelgeving zeer ernstig is.
Het Tuchtcollege rekent het de beklaagde zwaar aan dat zij, na een eerdere veroordeling en binnen de proeftijd, opnieuw het Basis Reglement Stambomen heeft overtreden. Het Tuchtcollege acht voor een dergelijke overtreding in beginsel een hoge geldboete en een tijdelijke, onvoorwaardelijke diskwalificatie van de overtreder aangewezen.
EERDERE TEN UITVOERLEGGING VAN EERDER VOORWAARDELIJK OPGELEGDE STRAF
Op 20 februari 2009 is de beklaagde door het Tuchtcollege veroordeeld voor overtreding van het Basis Reglement Stambomen, zaaknummer 08-086.
De beslissing luidde:
een geldboete van € 225,00 bij niet tijdige betaling te vervangen door een tijdelijke diskwalificatie van haar persoon voor een periode van 3 maanden
en
een tijdelijke diskwalificatie van haar persoon voor een periode van 3 maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 februari 2009. Op 7 april 2009 is de uitspraak per aangetekend schrijven verzonden aan het hierboven genoemde adres van beklaagde. Per eerste van de maand volgende op de datum van verzending, dat is 1 mei 2009, is de proeftijd ingegaan. Nu de beklaagde binnen 2 jaar na die datum heeft gerecidiveerd, zal het Tuchtcollege de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf gelasten.
Op25 november 2009 is de beklaagde door het Tuchtcollege opnieuw veroordeeld voor overtreding van het Basis Reglement Stambomen, zaaknummer 09-197.
De beslissing luidde:
een diskwalificatie van zijn persoon voor een periode van 9 maanden onvoorwaardelijk
en
een geldboete van € 1000 bij niet tijdige betaling te vervangen door een tijdelijke diskwalificatie van zijn persoon voor een periode van 10 maanden
en
gelast de ten uitvoerlegging van de tijdelijke diskwalificatie van zijn persoon voor een periode van 3 maanden.
Het Tuchtcollege adviseert de Raad van Beheer deze uitspraak te publiceren.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 november 2009. Op 27 januari 2010 is de uitspraak per aangetekend schrijven verzonden aan het hierboven genoemde adres van beklaagde. Per eerste van de maand volgende op de datum van verzending, dat is 1 februari 2010, is de proeftijd ingegaan.
Beklaagde heeft binnen 2 jaar na ingang van de proeftijd van de uitspraak met zaaknummer 08-086 gerecidiveerd.
De uitspraak van zaaknummer 09-197 had beklaagde echter nog niet bereikt ten tijde van het plegen van onderhavige feiten en wordt voor de beslissing in de onderhavige zaak buiten beschouwing gelaten.
BESLISSING
Het Tuchtcollege veroordeelt de beklaagde tot:
een diskwalificatie van zijn persoon voor een periode van 9 maanden onvoorwaardelijk
en
een geldboete van € 1000 bij niet tijdige betaling te vervangen door een tijdelijke diskwalificatie van zijn persoon voor een periode van 10 maanden
Het Tuchtcollege adviseert de Raad van Beheer deze uitspraak te publiceren.
Deze uitspraak is gedaan te Utrecht op 25 januari 2010 door mr. E.G.J. Gimbrère, voorzitter, en mw drs A.C. Maaskant-De Groot en mw drs. A.S.E. de Rooy-van Viersen Trip, in tegenwoordigheid van de heer G.W.A. den Boer, secretaris, zijnde mw drs A.C. Maaskant-De Groot en mw drs. A.S.E. de Rooy-van Viersen Trip buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.
09-240
UITSPRAAK van het Tuchtcollege in de zaak tegen:
S. Santcroos
wonende te ……………………………………,
beklaagde.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 november 2009.
De beklaagde is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.
De klaagster, de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland, gevestigd te 1075 AV Amsterdam, Emmalaan 16-18, ter zitting vertegenwoordigd door haar hoofd juridische zaken mevrouw mr. D.F. Dokkum, heeft gevorderd dat het Tuchtcollege de zaak in behandeling zal nemen.
HET VERWETEN GEDRAG
De beklaagde wordt verweten dat
hij op of omstreeks 2 juli 2009 als eigenaar van een hond, een teef, genaamd Faminata v. Appalachen’s, NHSB 2576636 en geboren op 15 september 2005, heeft laten dekken althans niet heeft voorkomen dat deze teef werd gedekt, als gevolg waarvan uit die teef op of omstreeks 29 augustus 2009 een of meer pups zijn geboren, waarvan hij in de zin van het Kynologisch Reglement de fokker is zulks terwijl er minder dan 10 maanden waren verstreken tussen deze dekking en een dekking als gevolg waarvan uit deze teef een vorig nest was geboren.
Art. VIII.2.1 jo VIII.3 KR
RECHTSMACHT
Het Tuchtcollege is bevoegd in deze zaak te oordelen omdat de beklaagde ten tijde van het hem verweten gedrag lid was van een vereniging, die is toegelaten tot het lidmaatschap van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland. Op grond van de statuten van die vereniging is de beklaagde onderworpen aan de rechtsmacht van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland.
OVERWEGINGEN
Uit het door de Raad van Beheer ingediende klachtenformulier met de bijlagen kan als vaststaand worden aangenomen dat de teef, genaamd Faminata, NHSB 2576636, op of omstreeks 2 juli 2009 is gedekt en dat als gevolg daarvan uit die teef op of omstreeks 29 augustus 2009 een of meer pups zijn geboren, dat de beklaagde in de zin van het Kynologisch Reglement de fokker van dat nest pups is en dat er minder dan 10 maanden waren verstreken tussen deze dekking en een dekking als gevolg waarvan uit deze teef een vorig nest was geboren.
De beklaagde heeft in het geheel niet gereageerd op de hem toegezonden aanklacht noch op de hem toegezonden oproeping voor de zitting van het Tuchtcollege.
CONCLUSIE
Het Tuchtcollege acht bewezen dat de beklaagde het hem verweten feit heeft gepleegd en acht de beklaagde daarvoor strafbaar.
OVERWEGINGEN MET BETREKKING TOT DE STRAFMAAT
Het Tuchtcollege overweegt dat met de onderhavige regelgeving door de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland is beoogd om het belang van de gezondheid en het welzijn van de rashondenpopulatie in Nederland te dienen. Nu de bevordering van de gezondheid en het welzijn van honden en hondenpopulaties een statutair doel van de vereniging is, is het Tuchtcollege van oordeel dat overtreden van deze regelgeving zeer ernstig is.
Het Tuchtcollege stelt vast dat de beklaagde reeds elf maal eerder is veroordeeld voor overtredingen van het Basis Reglement Stambomen en wel op 17 december 2008, zaaknummers 08-61 en 08-62, op 17 april 2009, zaaknummers 09-033, 09-034 en 09-035, en op 25 mei 2009, zaaknummers 09-075 en 09-076, 19 augustus 2009, zaaknummers 09-147, 09-153, 09-191 en 09-192. Het Tuchtcollege rekent het de beklaagde zwaar aan dat zij zich kennelijk niets gelegen laat liggen aan uitspraken van het Tuchtcollege en aan de door de vereniging vastgestelde regelgeving ter bevordering van de gezondheid en het welzijn van honden.
Het Tuchtcollege acht voor een dergelijke overtreding een onvoorwaardelijke diskwalificatie van de overtreder voor het leven en een onvoorwaardelijke ontneming van het recht tot het voeren van een kennelnaam voor het leven aangewezen.
BESLISSING
Het Tuchtcollege veroordeelt de beklaagde tot:
een diskwalificatie van zijn persoon voor het leven
en
de ontneming van het recht tot het voeren van een kennelnaam voor het leven.
Het Tuchtcollege adviseert de Raad van Beheer deze uitspraak te publiceren.
Deze uitspraak is gedaan te Utrecht op 25 november 2009 door mr. E.G.J. Gimbrère, voorzitter, mw. C. van Smeden - Abrahamse en dhr. H. Wolters, leden, in tegenwoordigheid van de heer G.W.A. den Boer, secretaris, zijnde mr. C. van Smeden - Abrahamse en H. Wolters buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.
09-238
UITSPRAAK van het Tuchtcollege in de zaak tegen:
G. Smit
wonende te ……………………………….,
beklaagde.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 november 2009.
De beklaagde is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.
De klaagster, de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland, gevestigd te 1075 AV Amsterdam, Emmalaan 16-18, ter zitting vertegenwoordigd door haar hoofd juridische zaken mevrouw mr. D.F. Dokkum, heeft gevorderd dat het Tuchtcollege de zaak in behandeling zal nemen.
HET VERWETEN GEDRAG
De beklaagde wordt verweten dat
hij op of omstreeks 13 juni 2009 als eigenaar van een hond, een teef, genaamd Gipsy v.d. Lentfert Hoeve, NHSB 2411901 en geboren op 19 juli 2002, heeft laten dekken althans niet heeft voorkomen dat deze teef werd gedekt, als gevolg waarvan uit die teef op of omstreeks 15 augustus 2009 een of meer pups zijn geboren, waarvan hij in de zin van het Kynologisch Reglement de fokker is zulks terwijl die teef als gevolg van die dekking in een periode van 24 maanden meer dan twee nesten heeft voortgebracht.
Art. VIII.2.1 jo VIII.3 KR
RECHTSMACHT
Het Tuchtcollege is bevoegd in deze zaak te oordelen omdat de beklaagde ten tijde van het hem verweten gedrag lid was van een vereniging, die is toegelaten tot het lidmaatschap van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland. Op grond van de statuten van die vereniging is de beklaagde onderworpen aan de rechtsmacht van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland.
OVERWEGINGEN
Uit het door de Raad van Beheer ingediende klachtenformulier met de bijlagen kan als vaststaand worden aangenomen dat de teef, genaamd Gipsy v.d. Lentfert Hoeve, NHSB 2411901, op of omstreeks 13 juni 2009 is gedekt en dat als gevolg daarvan uit die teef op of omstreeks 15 augustus 2009 een of meer pups zijn geboren, dat de beklaagde in de zin van het Kynologisch Reglement de fokker van dat nest pups is en dat die teef als gevolg van die dekking in een periode van 24 maanden meer dan twee nesten heeft voortgebracht.
De beklaagde heeft in het geheel niet gereageerd op de hem toegezonden aanklacht noch op de hem toegezonden oproeping voor de zitting van het Tuchtcollege.
Het Tuchtcollege is van oordeel dat beklaagde kennelijk onvoldoende maatregelen heeft genomen om te voorkomen dat de teef in strijd met het bepaalde in het Kynologisch Reglement is gedekt.
CONCLUSIE
Het Tuchtcollege acht bewezen dat de beklaagde het hem verweten feit heeft gepleegd en acht de beklaagde daarvoor strafbaar.
OVERWEGINGEN MET BETREKKING TOT DE STRAFMAAT
Het Tuchtcollege overweegt dat met de onderhavige regelgeving door de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland is beoogd om het belang van de gezondheid en het welzijn van de rashondenpopulatie in Nederland te dienen. Nu de bevordering van de gezondheid en het welzijn van honden en hondenpopulaties een statutair doel van de vereniging is, is het Tuchtcollege van oordeel dat overtreden van deze regelgeving zeer ernstig is.
Het Tuchtcollege rekent het de beklaagde zwaar aan dat hij, na een eerdere veroordeling en binnen de proeftijd, opnieuw het Basis reglement Stambomen heeft overtreden. Het Tuchtcollege acht voor een dergelijke overtreding in beginsel een hoge geldboete en een tijdelijke, onvoorwaardelijke diskwalificatie van de overtreder aangewezen.
TEN UITVOERLEGGING VAN EERDER VOORWAARDELIJK OPGELEGDE STRAF
Op 17 december 2008 is de beklaagde door het Tuchtcollege veroordeeld voor overtreding van het Basis Reglement Stambomen, zaaknummer 08-018.
De beslissing luidde:
een geldboete van € 225,00 bij niet tijdige betaling te vervangen door een tijdelijke diskwalificatie van zijn persoon voor een periode van 3 maanden
en
een tijdelijke diskwalificatie van zijn persoon voor een periode van 3 maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 december 2008. Op 29 januari 2009 is de uitspraak per aangetekend schrijven verzonden aan het hierboven genoemde adres van beklaagde. Per eerste van de maand volgende op de datum van verzending, dat is 1 februari 2009, is de proeftijd ingegaan. Nu de beklaagde binnen 2 jaar na die datum heeft gerecidiveerd, zal het Tuchtcollege de ten uitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf gelasten.
BESLISSING
Het Tuchtcollege veroordeelt de beklaagde tot:
een diskwalificatie van zijn persoon voor een periode van 9 maanden onvoorwaardelijk
en
een geldboete van € 1000 bij niet tijdige betaling te vervangen door een tijdelijke diskwalificatie van zijn persoon voor een periode van 10 maanden
en
gelast de ten uitvoerlegging van de tijdelijke diskwalificatie van zijn persoon voor een periode van 3 maanden.
Het tuchtcollege adviseert de Raad van Beheer deze uitspraak te publiceren.
Deze uitspraak is gedaan te Utrecht op 25 november 2009 door mr. E.G.J. Gimbrère, voorzitter, mw. C. van Smeden - Abrahamse en dhr. H. Wolters, leden, in tegenwoordigheid van de heer G.W.A. den Boer, secretaris, zijnde mr. C. van Smeden - Abrahamse en H. Wolters buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.
09-234
UITSPRAAK van het Tuchtcollege in de zaak tegen:
W.J.J. Vosman
wonende te ………………………………….,
beklaagde.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 november 2009.
De beklaagde is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.
De klaagster, de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland, gevestigd te 1075 AV Amsterdam, Emmalaan 16-18, ter zitting vertegenwoordigd door haar hoofd juridische zaken mevrouw mr. D.F. Dokkum, heeft gevorderd dat het Tuchtcollege de zaak in behandeling zal nemen.
HET VERWETEN GEDRAG
De beklaagde wordt verweten dat
hij op of omstreeks 11 juni 2009 als eigenaar van een hond, een teef, genaamd Asta, NHSB 2394091 en geboren op 4 maart 2002, heeft laten dekken althans niet heeft voorkomen dat deze teef werd gedekt, als gevolg waarvan uit die teef op of omstreeks 10 augustus 2009 een of meer pups zijn geboren, waarvan hij in de zin van het Kynologisch Reglement de fokker is zulks terwijl:
- die teef als gevolg van die dekking in een periode van 24 maanden meer dan twee nesten heeft voortgebracht.
Art. VIII.2.1 jo VIII.3 KR
- die teef op de datum van de dekking al 5 of meer nesten had voorgebracht.
Art. VIII.2.2 jo VIII.3 KR
RECHTSMACHT
Het Tuchtcollege is bevoegd in deze zaak te oordelen omdat de beklaagde ten tijde van het hem verweten gedrag lid was van een vereniging, die is toegelaten tot het lidmaatschap van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland. Op grond van de statuten van die vereniging is de beklaagde onderworpen aan de rechtsmacht van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland.
OVERWEGINGEN
Uit het door de Raad van Beheer ingediende klachtenformulier met de bijlagen in samenhang met de brieven van de beklaagde, gedateerd 25 augustus, 30 september en 19 oktober 2009, kan als vaststaand worden aangenomen dat de teef, genaamd Asta, NHSB 2394091, op of omstreeks 11 juni 2009 is gedekt en dat als gevolg daarvan uit die teef op of omstreeks 10 augustus 2009 een of meer pups zijn geboren, dat de beklaagde in de zin van het Kynologisch Reglement de fokker van dat nest pups is en dat:
- die teef als gevolg van die dekking in een periode van 24 maanden meer dan twee nesten heeft voortgebracht.
- die teef op de datum van de dekking al 5 of meer nesten had voorgebracht.
De beklaagde heeft in zijn hierboven aangehaalde brieven aangevoerd dat hij niet van de regelgeving op de hoogte was. Beklaagde heeft nooit een folder ontvangen en ook via zijn rasvereniging heeft hij nooit iets gehoord van de veranderingen.
Het Tuchtcollege is, wat er ook zij van hetgeen beklaagde heeft aangevoerd, van oordeel dat beklaagde kennelijk onvoldoende maatregelen heeft genomen om te voorkomen dat de teef in strijd met het bepaalde in het Kynologisch Reglement is gedekt.
Van een fokker mag worden verwacht dat hij zich tijdig op de hoogte stelt van de juiste regelgeving aangaande het fokken. Het Tuchtcollege rekent het nalaten daarvan beklaagde aan.
CONCLUSIE
Het Tuchtcollege acht bewezen dat de beklaagde het hem verweten feit heeft gepleegd en acht de beklaagde daarvoor strafbaar.
OVERWEGINGEN MET BETREKKING TOT DE STRAFMAAT
Het Tuchtcollege overweegt dat met de onderhavige regelgeving door de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland is beoogd om het belang van de gezondheid en het welzijn van de rashondenpopulatie in Nederland te dienen. Nu de bevordering van de gezondheid en het welzijn van honden en hondenpopulaties een statutair doel van de vereniging is, is het Tuchtcollege van oordeel dat overtreden van deze regelgeving zeer ernstig is. In beginsel acht het Tuchtcollege voor een dergelijke overtreding een hoge geldboete en een tijdelijke, onvoorwaardelijke diskwalificatie van de overtreder aangewezen.
In deze zaak zal het Tuchtcollege, gelet op het feit dat de beklaagde voordat dit feit werd gepleegd, niet ter zake van een dergelijk feit is veroordeeld en gelet op het verweer van de beklaagde, volstaan met een geldboete en een voorwaardelijke diskwalificatie.
BESLISSING
Het Tuchtcollege veroordeelt de beklaagde tot:
een geldboete van € 450,00 bij niet tijdige betaling te vervangen door een tijdelijke diskwalificatie van zijn persoon voor een periode van 6 maanden
en
een tijdelijke diskwalificatie van zijn persoon voor een periode van 3 maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Het tuchtcollege adviseert de Raad van Beheer deze uitspraak te publiceren.
Deze uitspraak is gedaan te Utrecht op 25 november 2009 door mr. E.G.J. Gimbrère, voorzitter, mw. C. van Smeden - Abrahamse en dhr. H. Wolters, leden, in tegenwoordigheid van de heer G.W.A. den Boer, secretaris, zijnde mr. C. van Smeden - Abrahamse en H. Wolters buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.
09-223
UITSPRAAK van het Tuchtcollege in de zaak tegen:
W.C. Lokhorst
wonende te ……………………………….
beklaagde.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 november 2009.
De beklaagde is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.
De klaagster, de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland, gevestigd te 1075 AV Amsterdam, Emmalaan 16-18, ter zitting vertegenwoordigd door haar hoofd juridische zaken mevrouw mr. D.F. Dokkum, heeft gevorderd dat het Tuchtcollege de zaak in behandeling zal nemen.
HET VERWETEN GEDRAG
De beklaagde wordt verweten dat
hij op of omstreeks 14 mei 2009 als eigenaar van een hond, een teef, genaamd Loeki v.d. Witte-Leuningen, NHSB 2353214 en geboren op 12 mei 2001, heeft laten dekken althans niet heeft voorkomen dat deze teef werd gedekt, als gevolg waarvan uit die teef op of omstreeks 15 juli 2009 een of meer pups zijn geboren, waarvan hij in de zin van het Kynologisch Reglement de fokker is zulks terwijl:
- die teef op de dag van de dekking ouder was dan 96 maanden.
Art. VIII.1.3 jo VIII 3 KR
- er minder dan 10 maanden waren verstreken tussen deze dekking en een dekking als gevolg waarvan uit deze teef een vorig nest was geboren.
Art. VIII.2.1 jo VIII.3 KR
RECHTSMACHT
Het Tuchtcollege is bevoegd in deze zaak te oordelen omdat de beklaagde ten tijde van het hem verweten gedrag lid was van een vereniging, die is toegelaten tot het lidmaatschap van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland. Op grond van de statuten van die vereniging is de beklaagde onderworpen aan de rechtsmacht van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland.
OVERWEGINGEN
Uit het door de Raad van Beheer ingediende klachtenformulier met de bijlagen in samenhang met de brief van de beklaagde, gedateerd 26 oktober 2009, kan als vaststaand worden aangenomen dat de teef, genaamd Loeki v.d. Witte-Leuningen, NHSB 2353214, op of omstreeks 14 mei 2009 is gedekt en dat als gevolg daarvan uit die teef op of omstreeks 15 juli 2009 een of meer pups zijn geboren, dat de beklaagde in de zin van het Kynologisch Reglement de fokker van dat nest pups is en dat:
- die teef op de dag van de dekking ouder was dan 96 maanden.
- er minder dan 10 maanden waren verstreken tussen deze dekking en een dekking als gevolg waarvan uit deze teef een vorig nest was geboren.
De beklaagde heeft in zijn hierboven aangehaalde brief aangevoerd dat het erg overdreven is, de teef was maar 2 dagen te oud. Bij de 2 dekkingen zat er inderdaad minder dan 10 maanden tussen maar dat wist beklaagde niet omdat hij geen statuten had gekregen.
Het Tuchtcollege is, wat er ook zij van hetgeen beklaagde heeft aangevoerd, van oordeel dat beklaagde kennelijk onvoldoende maatregelen heeft genomen om te voorkomen dat de teef in strijd met het bepaalde in het Kynologisch Reglement is gedekt.
Van een fokker mag worden verwacht dat hij zich tijdig op de hoogte stelt van de juiste regelgeving aangaande het fokken. Het Tuchtcollege rekent het nalaten daarvan beklaagde aan.
CONCLUSIE
Het Tuchtcollege acht bewezen dat de beklaagde het hem verweten feit heeft gepleegd en acht de beklaagde daarvoor strafbaar.
OVERWEGINGEN MET BETREKKING TOT DE STRAFMAAT
Het Tuchtcollege overweegt dat met de onderhavige regelgeving door de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland is beoogd om het belang van de gezondheid en het welzijn van de rashondenpopulatie in Nederland te dienen. Nu de bevordering van de gezondheid en het welzijn van honden en hondenpopulaties een statutair doel van de vereniging is, is het Tuchtcollege van oordeel dat overtreden van deze regelgeving zeer ernstig is. In beginsel acht het Tuchtcollege voor een dergelijke overtreding een hoge geldboete en een tijdelijke, onvoorwaardelijke diskwalificatie van de overtreder aangewezen.
In deze zaak zal het Tuchtcollege, gelet op het feit dat de beklaagde voordat dit feit werd gepleegd, niet ter zake van een dergelijk feit is veroordeeld en gelet op het verweer van de beklaagde, volstaan met een geldboete en een voorwaardelijke diskwalificatie.
BESLISSING
Het Tuchtcollege veroordeelt de beklaagde tot:
een geldboete van € 450,00 bij niet tijdige betaling te vervangen door een tijdelijke diskwalificatie van zijn persoon voor een periode van 6 maanden
en
een tijdelijke diskwalificatie van zijn persoon voor een periode van 3 maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Het tuchtcollege adviseert de Raad van Beheer deze uitspraak te publiceren.
Deze uitspraak is gedaan te Utrecht op 25 november 2009 door mr. E.G.J. Gimbrère, voorzitter, mw. C. van Smeden - Abrahamse en dhr. H. Wolters, leden, in tegenwoordigheid van de heer G.W.A. den Boer, secretaris, zijnde mr. C. van Smeden - Abrahamse en H. Wolters buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.
09-216
UITSPRAAK van het Tuchtcollege in de zaak tegen:
G.H. Bakker
wonende te ………………………,
beklaagde.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 november 2009.
De beklaagde is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.
De klaagster, de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland, gevestigd te 1075 AV Amsterdam, Emmalaan 16-18, ter zitting vertegenwoordigd door haar hoofd juridische zaken mevrouw mr. D.F. Dokkum, heeft gevorderd dat het Tuchtcollege de zaak in behandeling zal nemen.
HET VERWETEN GEDRAG
De beklaagde wordt verweten dat
hij op of omstreeks 9 mei 2009 als eigenaar van een hond, een teef, genaamd Enya Von Thyackers Hof, NHSB 2492556 en geboren op 2 februari 2004, heeft laten dekken althans niet heeft voorkomen dat deze teef werd gedekt, als gevolg waarvan uit die teef op of omstreeks 7 juli 2009 een of meer pups zijn geboren, waarvan hij in de zin van het Kynologisch Reglement de fokker is zulks terwijl die teef als gevolg van die dekking in een periode van 24 maanden meer dan twee nesten heeft voortgebracht.
Art. VIII.2.1 jo Vlll.3 KR
RECHTSMACHT
Het Tuchtcollege is bevoegd in deze zaak te oordelen omdat de beklaagde ten tijde van het hem verweten gedrag lid was van een vereniging, die is toegelaten tot het lidmaatschap van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland. Op grond van de statuten van die vereniging is de beklaagde onderworpen aan de rechtsmacht van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland.
OVERWEGINGEN
Uit het door de Raad van Beheer ingediende klachtenformulier met de bijlagen in samenhang met de brief van de beklaagde, gedateerd 28 juli 2009, kan als vaststaand worden aangenomen dat de teef, genaamd Enya Von Thyackers Hof, NHSB 2492556, op of omstreeks 9 mei 2009 is gedekt en dat als gevolg daarvan uit die teef op of omstreeks 7 juli 2009 een of meer pups zijn geboren, dat de beklaagde in de zin van het Kynologisch Reglement de fokker van dat nest pups is en dat die
Tuchtcollege voor de Kynologie, zaaknummer 09-2162
teef als gevolg van die dekking in een periode van 24 maanden meer dan twee nesten heeft voortgebracht.
De beklaagde heeft in zijn hierboven aangehaalde brief aangevoerd dat hij niet wist dat de periode van voor 1 juli 2008 ook werden meegerekend bij de berekening van 24 maanden.
De beklaagde heeft onder meer aangevoerd dat het Basis Reglement Stambomen eerst in werking is getreden op 1 juli 2008 en dat hij daarom van oordeel is dat hij het Basis Reglement Stambomen niet heeft overtreden. Het Tuchtcollege legt dit verweer zo uit dat de beklaagde er van uitgaat dat, anders dan kennelijk door de Raad van Beheer is bedoeld, handelingen gepleegd vóór 1 juli 2008 geen invloed hebben op het gestelde in artikel VIII. 2 van het Kynologisch Reglement. De beklaagde beroept zich daarom op goede trouw en afwezigheid van schuld.
In eerdere uitspraken heeft het Tuchtcollege als haar oordeel uitgesproken dat het Basis Reglement Stambomen en de daaruit voortvloeiende verbodsbepalingen, op zichzelf, voldoende duidelijk zijn. Dat de datum van ingang van dat reglement is gesteld op 1 juli 2008 doet daar niet aan af. De informatie die de Raad van Beheer, ter toelichting op het Basis Reglement Stambomen, op haar web heeft gepubliceerd sticht echter zo veel verwarring dat de uitleg die de beklaagde heeft gegeven aan de datum van ingang, niet onbegrijpelijk is.
Het Tuchtcollege stelt vast dat de Raad van Beheer op 18 december 2008 haar website met betrekking tot deze materie heeft aangepast. De informatie die sedertdien als toelichting op het Basis Reglement Stambomen is opgenomen, is volstrekt duidelijk. Omdat het feit gepleegd is na de datum van 18 december 2008 gaat het beroep op goede trouw en afwezigheid van schuld niet langer op.
Het Tuchtcollege verwerpt daarom dit verweer.
Van een fokker mag worden verwacht dat hij zich tijdig op de hoogte stelt van de juiste regelgeving aangaande het fokken. Zeker, nu blijkt dat beklaagde reeds eerder veroordeeld is voor een overtreding van het Basis Reglement Stambomen. Het Tuchtcollege rekent dat beklaagde aan.
CONCLUSIE
Het Tuchtcollege acht bewezen dat de beklaagde het hem verweten feit heeft gepleegd en acht de beklaagde daarvoor strafbaar.
OVERWEGINGEN MET BETREKKING TOT DE STRAFMAAT
Het Tuchtcollege overweegt dat met de onderhavige regelgeving door de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland is beoogd om het belang van de gezondheid en het welzijn van de rashondenpopulatie in Nederland te dienen. Nu de bevordering van de gezondheid en het welzijn van honden en hondenpopulaties
Tuchtcollege voor de Kynologie, zaaknummer 09-2163
een statutair doel van de vereniging is, is het Tuchtcollege van oordeel dat overtreden van deze regelgeving zeer ernstig is.
Het Tuchtcollege rekent het beklaagde zwaar aan dat hij, na een eerdere veroordeling en binnen de proeftijd, opnieuw het Basis reglement Stambomen heeft overtreden. Het tuchtcollege acht voor een dergelijke overtreding in beginsel een hoge geldboete en een tijdelijke, onvoorwaardelijke diskwalificatie van de overtreder aangewezen.
TEN UITVOERLEGGING VAN EERDER VOORWAARDELIJK OPGELEGDE STRAF
Op 17 december 2008 is de beklaagde door het Tuchtcollege veroordeeld voor overtreding van het Basis Reglement Stambomen, zaaknummer 08-043.
De beslissing luidde:
een geldboete van € 225,00 bij niet tijdige betaling te vervangen door een tijdelijke diskwalificatie van zijn persoon voor een periode van 3 maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren
en
een tijdelijke diskwalificatie van zijn persoon voor een periode van 3 maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 december 2008. Op 29 januari 2009 is de uitspraak per aangetekend schrijven verzonden aan het hierboven genoemde adres van beklaagde. Per eerste van de maand volgende op de datum van verzending, dat is 1 februari 2009, is de proeftijd ingegaan. Nu de beklaagde binnen 2 jaar na die datum heeft gerecidiveerd, zal het Tuchtcollege de ten uitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf gelasten.
4
BESLISSING
Het Tuchtcollege veroordeelt de beklaagde tot:
een diskwalificatie van zijn persoon voor een periode van 9 maanden onvoorwaardelijk
en
een geldboete van € 1000 bij niet tijdige betaling te vervangen door een tijdelijke diskwalificatie van zijn persoon voor een periode van 10 maanden
en
gelast de ten uitvoerlegging van de tijdelijke diskwalificatie van zijn persoon voor een periode van 3 maanden.
Het tuchtcollege adviseert de Raad van Beheer deze uitspraak te publiceren.
Deze uitspraak is gedaan te Utrecht op 25 november 2009 door mr. E.G.J. Gimbrère, voorzitter, mw. C. van Smeden - Abrahamse en dhr. H. Wolters, leden, in tegenwoordigheid van de heer G.W.A. den Boer, secretaris, zijnde mr. C. van Smeden - Abrahamse en H. Wolters buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.
09-210 en 09-242
UITSPRAAK van het Tuchtcollege in de zaak tegen:
R.W. Hanepen
wonende te …………………….
beklaagde.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 november 2009.
De beklaagde is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.
De klaagster, de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland, gevestigd te 1075 AV Amsterdam, Emmalaan 16-18, ter zitting vertegenwoordigd door haar hoofd juridische zaken mevrouw mr. D.F. Dokkum, heeft gevorderd dat het Tuchtcollege de zaak in behandeling zal nemen.
HET VERWETEN GEDRAG
De beklaagde wordt verweten dat:
Feit 1:
hij op of omstreeks 4 mei 2009 als eigenaar van een hond, een teef, genaamd Jazz Days Toy Of Mirror Home, NHSB 2458729 en geboren op 2 juni 2003, heeft laten dekken althans niet heeft voorkomen dat deze teef werd gedekt, als gevolg waarvan uit die teef op of omstreeks 3 juli 2009 een of meer pups zijn geboren, waarvan hij in de zin van het Kynologisch Reglement de fokker is zulks terwijl die teef op de datum van de dekking al 5 of meer nesten had voorgebracht.
Art. VIII.2.2 jo VIII.3 KR (zaaknummer 09-210)
Feit 2:
hij op of omstreeks 30 juni 2009 als eigenaar van een hond, een teef, genaamd Rozanna Toy Of Mirror Home, NHSB 2448422 en geboren op 9 april 2003, heeft laten dekken althans niet heeft voorkomen dat deze teef werd gedekt, als gevolg waarvan uit die teef op of omstreeks 2 september 2009 een of meer pups zijn geboren, waarvan hij in de zin van het Kynologisch Reglement de fokker is zulks terwijl die teef op de datum van de dekking al 5 of meer nesten had voorgebracht.
Art. VIII.2.2 jo VIII.3 KR (zaaknummer 09-242)
RECHTSMACHT
Het Tuchtcollege is bevoegd in deze zaken te oordelen omdat de beklaagde ten tijde van het hem verweten gedrag lid was van een vereniging, die is toegelaten tot het lidmaatschap van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland. Op grond van de statuten van die vereniging is de beklaagde onderworpen aan de rechtsmacht van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland.
Het Tuchtcollege zal deze zaken gevoegd behandelen.
OVERWEGINGEN
Feit 1:
Uit het door de Raad van Beheer ingediende klachtenformulier met de bijlagen kan als vaststaand worden aangenomen dat de teef, genaamd Jazz Days Toy Of Mirror Home, NHSB 2458729, op of omstreeks 4 mei 2009 is gedekt en dat als gevolg daarvan uit die teef op of omstreeks 3 juli 2009 een of meer pups zijn geboren, dat de beklaagde in de zin van het Kynologisch Reglement de fokker van dat nest pups is en dat die teef op de datum van de dekking al 5 of meer nesten had voorgebracht.
De beklaagde heeft in het geheel niet gereageerd op de hem toegezonden aanklacht noch op de hem toegezonden oproeping voor de zitting van het Tuchtcollege.
Feit 2:
Uit het door de Raad van Beheer ingediende klachtenformulier met de bijlagen kan als vaststaand worden aangenomen dat de teef, genaamd Rozanna Toy Of Mirror Home, NHSB 2448422, op of omstreeks 30 juni 2009 is gedekt en dat als gevolg daarvan uit die teef op of omstreeks 2 september 2009 een of meer pups zijn geboren, dat de beklaagde in de zin van het Kynologisch Reglement de fokker van dat nest pups is en dat die teef op de datum van de dekking al 5 of meer nesten had voorgebracht.
De beklaagde heeft in het geheel niet gereageerd op de hem toegezonden aanklacht noch op de hem toegezonden oproeping voor de zitting van het Tuchtcollege.
Het Tuchtcollege is van oordeel dat beklaagde kennelijk onvoldoende maatregelen heeft genomen om te voorkomen dat de teef in strijd met het bepaalde in het Kynologisch Reglement is gedekt.
CONCLUSIE
Het Tuchtcollege acht bewezen dat de beklaagde de hem verweten feiten heeft gepleegd en acht de beklaagde daarvoor strafbaar.
OVERWEGINGEN MET BETREKKING TOT DE STRAFMAAT
Het Tuchtcollege overweegt dat met de onderhavige regelgeving door de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland is beoogd om het belang van de gezondheid en het welzijn van de rashondenpopulatie in Nederland te dienen. Nu de bevordering van de gezondheid en het welzijn van honden en hondenpopulaties een statutair doel van de vereniging is, is het Tuchtcollege van oordeel dat overtreden van deze regelgeving zeer ernstig is
Het Tuchtcollege rekent het de beklaagde zwaar aan dat hij, na een eerdere veroordeling en binnen de proeftijd, opnieuw het Basis Reglement Stambomen heeft overtreden. Het Tuchtcollege acht voor een dergelijke overtreding in beginsel een hoge geldboete en een tijdelijke, onvoorwaardelijke diskwalificatie van de overtreder aangewezen.
TEN UITVOERLEGGING VAN EERDER VOORWAARDELIJK OPGELEGDE STRAF
Op 20 februari 2009 is de beklaagde door het Tuchtcollege veroordeeld voor overtreding van het Basis Reglement Stambomen, zaaknummer 08-082.
De beslissing luidde:
een geldboete van € 225,00 bij niet tijdige betaling te vervangen door een tijdelijke diskwalificatie van zijn persoon voor een periode van 3 maanden
en
een tijdelijke diskwalificatie van zijn persoon voor een periode van 3 maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 februari 2009. Op 7 april 2009 is de uitspraak per aangetekend schrijven verzonden aan het hierboven genoemde adres van beklaagde. Per eerste van de maand volgende op de datum van verzending, dat is 1 mei 2009, is de proeftijd ingegaan. Nu de beklaagde binnen 2 jaar na die datum heeft gerecidiveerd, zal het Tuchtcollege de ten uitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf gelasten.
BESLISSING
Het Tuchtcollege veroordeelt de beklaagde tot:
een geldboete van € 1000,00 bij niet tijdige betaling te vervangen door een tijdelijke diskwalificatie van zijn persoon voor een periode van 12 maanden
en
een diskwalificatie van zijn persoon voor een periode van 9 maanden, met een proeftijd van 2 jaren.
en
gelast de ten uitvoerlegging van de tijdelijke diskwalificatie van zijn persoon voor een periode van 3 maanden.
Het tuchtcollege adviseert de Raad van Beheer deze uitspraak te publiceren.
Deze uitspraak is gedaan te Utrecht op 25 november 2009 door mr. E.G.J. Gimbrère, voorzitter, mw. C. van Smeden - Abrahamse en dhr. H. Wolters, leden, in tegenwoordigheid van de heer G.W.A. den Boer, secretaris, zijnde mr. C. van Smeden - Abrahamse en H. Wolters buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.
Zaak 09-197
UITSPRAAK van het Tuchtcollege in de zaak tegen:
H.B.G. Bouwman-van den Berg
wonende te ………….,
beklaagde.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 november 2009.
De beklaagde is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.
De klaagster, de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland, gevestigd te 1075 AV Amsterdam, Emmalaan 16-18, ter zitting vertegenwoordigd door haar hoofd juridische zaken mevrouw mr. D.F. Dokkum, heeft gevorderd dat het Tuchtcollege de zaak in behandeling zal nemen.
HET VERWETEN GEDRAG
De beklaagde wordt verweten dat
zij op of omstreeks 1 mei 2009 als eigenaar van een hond, een teef, genaamd Imke-Venus v. Hafrino, NHSB 2593399 en geboren op 25 januari 2006, heeft laten dekken althans niet heeft voorkomen dat deze teef werd gedekt, als gevolg waarvan uit die teef op of omstreeks 23 juni 2009 een of meer pups zijn geboren, waarvan zij in de zin van het Kynologisch Reglement de fokker is zulks terwijl die teef als gevolg van die dekking in een periode van 24 maanden meer dan twee nesten heeft voortgebracht.
Art. VIII.2.1 jo VIII.3 KR
RECHTSMACHT
Het Tuchtcollege is bevoegd in deze zaak te oordelen omdat de beklaagde ten tijde van het haar verweten gedrag lid was van een vereniging, die is toegelaten tot het lidmaatschap van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland. Op grond van de statuten van die vereniging is de beklaagde onderworpen aan de rechtsmacht van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland.
OVERWEGINGEN
Uit het door de Raad van Beheer ingediende klachtenformulier met de bijlagen in samenhang met de e-mailberichten van de beklaagde, gedateerd 31 oktober en 4 november 2009, kan als vaststaand worden aangenomen dat de teef, genaamd Imke-Venus v. Hafrino, NHSB 2593399, op of omstreeks 1 mei 2009 is gedekt en dat als gevolg daarvan uit die teef op of omstreeks 23 juni 2009 een of meer pups zijn geboren, dat de beklaagde in de zin van het Kynologisch Reglement de fokker van dat nest pups is en dat die teef als gevolg van die dekking in een periode van 24 maanden meer dan twee nesten heeft voortgebracht.
De beklaagde heeft in haar hierboven aangehaalde e-mailberichten aangevoerd dat zij kennelijk niet voldoende juist geadministreerd heeft. Tot op heden ging zij er vanuit dat steeds een loopsheid overslaan afdoende was.
Het Tuchtcollege is, wat er ook zij van hetgeen beklaagde heeft aangevoerd, van oordeel dat beklaagde kennelijk onvoldoende maatregelen heeft genomen om te voorkomen dat de teef in strijd met het bepaalde in het Kynologisch Reglement is gedekt.
Van een fokker mag worden verwacht dat hij zich tijdig op de hoogte stelt van de juiste regelgeving aangaande het fokken. Het Tuchtcollege rekent het nalaten daarvan beklaagde aan.
Het Tuchtcollege stelt vast dat beklaagde reeds eerder is vervolgd voor overtreding van het Basis Reglement Stambomen en dat dat heeft geleid tot een veroordeling en wel in zaaknummer 08-086, d.d. 20 februari 2009.
CONCLUSIE
Het Tuchtcollege acht bewezen dat de beklaagde het haar verweten feit heeft gepleegd en acht de beklaagde daarvoor strafbaar.
OVERWEGINGEN MET BETREKKING TOT DE STRAFMAAT
Het Tuchtcollege overweegt dat met de onderhavige regelgeving door de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland is beoogd om het belang van de gezondheid en het welzijn van de rashondenpopulatie in Nederland te dienen. Nu de bevordering van de gezondheid en het welzijn van honden en hondenpopulaties een statutair doel van de vereniging is, is het Tuchtcollege van oordeel dat overtreden van deze regelgeving zeer ernstig is.
Het tuchtcollege rekent het de beklaagde zwaar aan dat zij, na een eerdere veroordeling en binnen de proeftijd, opnieuw het Basis Reglement Stambomen heeft overtreden. Het tuchtcollege acht voor een dergelijke overtreding in beginsel een hoge geldboete en een tijdelijke, onvoorwaardelijke diskwalificatie van de overtreder aangewezen.
TEN UITVOERLEGGING VAN EERDER VOORWAARDELIJK OPGELEGDE STRAF
Op 20 februari 2009 is de beklaagde door het Tuchtcollege veroordeeld voor overtreding van het Basis Reglement Stambomen, zaaknummer 08-086.
De beslissing luidde:
een geldboete van € 225,00 bij niet tijdige betaling te vervangen door een tijdelijke diskwalificatie van haar persoon voor een periode van 3 maanden
en
een tijdelijke diskwalificatie van haar persoon voor een periode van 3 maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 februari 2009. Op 7 april 2009 is de uitspraak per aangetekend schrijven verzonden aan het hierboven genoemde adres van beklaagde. Per eerste van de maand volgende op de datum van verzending, dat is 1 mei 2009, is de proeftijd ingegaan. Nu de beklaagde binnen 2 jaar na die datum heeft gerecidiveerd, zal het tuchtcollege de ten uitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf gelasten.
BESLISSING
Het Tuchtcollege veroordeelt de beklaagde tot:
een diskwalificatie van zijn persoon voor een periode van 9 maanden onvoorwaardelijk
en
een geldboete van € 1000 bij niet tijdige betaling te vervangen door een tijdelijke diskwalificatie van zijn persoon voor een periode van 10 maanden
en
gelast de ten uitvoerlegging van de tijdelijke diskwalificatie van zijn persoon voor een periode van 3 maanden.
Het tuchtcollege adviseert de Raad van Beheer deze uitspraak te publiceren.
Deze uitspraak is gedaan te Utrecht op 25 november 2009 door mr. E.G.J. Gimbrère, voorzitter, mw. C. van Smeden - Abrahamse en dhr. H. Wolters, leden, in tegenwoordigheid van de heer G.W.A. den Boer, secretaris, zijnde mr. C. van Smeden - Abrahamse en H. Wolters buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.
Zaak 09 117
UITSPRAAK van het Tuchtcollege in de zaak tegen:
beklaagde.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 mei 2009.
De beklaagde is ter zitting verschenen.
De klagers zijn ter zitting verschenen.
De Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland, gevestigd te 1075 AV Amsterdam, Emmalaan 16-18, ter zitting vertegenwoordigd door haar hoofd juridische zaken mevrouw mr. D.F. Dokkum, heeft gevorderd dat het Tuchtcollege de klacht in behandeling zal nemen.
HET VERWETEN GEDRAG
De beklaagde wordt verweten dat
1. hij op of omstreeks 28 februari 2009 te Groningen, ambterend als keurmeester op de Martini Dogshow, de gedragscode als vastgelegd in het “Internationaal (FCI) en nationaal (R.v.B.) reglement voor exterieur keurmeesters” heeft overtreden omdat zijn gedrag, tijdens zijn werk als keurmeester, niet betrouwbaar en niet onberispelijk was, immers bekritiseerde hij het werk van een andere keurmeester, had hij, voordat zijn verplichtingen als keurmeester waren beëindigd, sociale omgang met exposanten wier honden hij moest keuren en toonde hij geen respect voor een collega keurmeester en voor een of meer exposanten;
2. hij op of omstreeks 1 maart 2009 te Groningen, als belangstellende aanwezig op de Martini Dogshow, de gedragscode als vastgelegd in het “Internationaal (FCI) en nationaal (R.v.B.) reglement voor exterieur keurmeesters” wederom heeft overtreden omdat zijn gedrag, als niet ambterend keurmeester, niet onberispelijk was, immers heeft hij tegen een ringmeester gezegd:”die zwarte met die ridgebacks daar ben ik klaar mee, al die jonge snotneuzen die zich heel wat voelen” en “als ik een zweep had gehad dan had ik er mee op zijn rug geslagen”.
Onmiddellijk nadat de voorzitter de feiten heeft voorgedragen, hebben de klagers verklaard dat zij onvoldoende bewijs kunnen aandragen voor het onder 2 verweten gedrag. Zij hebben verzocht de beklaagde voor dat feit niet (verder) te vervolgen. Hierop heeft de vertegenwoordiger van de Raad van Beheer de vordering, voor zover die de behandeling van het onder 2 verweten feit betreft, ingetrokken.
RECHTSMACHT
Het Tuchtcollege is bevoegd in deze zaak te oordelen omdat beklaagde ten tijde van het hem verweten gedrag een door de Raad van Beheer benoemd keurmeester was en hij door aanvaarding van die benoeming de rechtsmacht van de Raad van Beheer en de werking van het Kynologisch Reglementen en van de door of vanwege de Raad van Beheer vastgestelde andere reglementen heeft aanvaard (artikel IV.4, vierde lid van het Kynologisch Reglement).
BEVOEGDHEID TUCHTCOLLEGE
In zijn verweerschrift, gedateerd 5 mei 2009, heeft de beklaagde onder meer aangevoerd dat het Tuchtcollege niet bevoegd is in deze zaak te oordelen omdat het reglement dat hij zou hebben overtreden hem het recht geeft om tegen de beslissing van het Tuchtcollege in beroep te gaan terwijl dat op grond van het bepaalde in artikel VI.2, vijfde lid van het Kynologisch Reglement feitelijk onmogelijk is.
Het Tuchtcollege verwerpt dat verweer omdat zulks, wat er ook zij van deze beweerdelijke tegenstrijdigheid, de bevoegdheid van het Tuchtcollege niet aantast.
ONTVANKELIJKHEID VAN DE RAAD VAN BEHEER IN ZIJN VORDERING
In zijn verweerschrift, gedateerd 5 mei 2009, heeft de beklaagde voorts aangevoerd dat de klacht niet ontvankelijk moet worden verklaard omdat het reglement dat hij zou hebben overtreden hem het recht geeft om tegen de beslissing van het Tuchtcollege in beroep te gaan terwijl dat op grond van het bepaalde in artikel VI.2, vijfde lid van het Kynologisch Reglement feitelijk onmogelijk is.
Het Tuchtcollege stelt vast dat het “Internationaal (FCI) en nationaal (R.v.B.) reglement voor exterieur keurmeesters” op 18 juni 2005 werd goedgekeurd door de Algemene Vergadering van de Raad van Beheer op kynologisch Gebied in Nederland en dat dit reglement effectief is verklaard met ingang van 1 januari 2006. Daaruit volgt dat dit reglement een “ander door of namens de Raad van Beheer vastgesteld reglement” is als bedoeld in artikel VI.25 van het Kynologisch Reglement. Derhalve is handelen of nalaten te handelen in strijd met dat reglement een “Strafbaar feit”.
In het onderhavige reglement heeft de Raad van Beheer in paragraaf 7, Disciplinaire maatregelen, bepaald: “De keurmeester moet het recht worden gegeven om tegen de beslissing in beroep te gaan”. Het Tuchtcollege kan deze bepaling niet anders uitleggen dan dat een keurmeester aan wie, wegens overtreding van dat reglement, een straf is opgelegd daartegen in beroep moet kunnen gaan.
Nu de Raad van Beheer de vordering in eerste aanleg heeft gedaan bij het Tuchtcollege en het
Kynologisch Reglement in artikel VI.2, vijfde lid, uitdrukkelijk bepaalt dat tegen uitspraken van het Tuchtcollege geen beroep openstaat, zal de beklaagde bij een eventuele veroordeling voor overtreding van de gedragscode als vastgelegd in het “Internationaal (FCI) en nationaal (R.v.B.) reglement voor exterieur keurmeesters”, het beroep waarop hij volgens datzelfde reglement recht op heeft, niet kunnen effectueren.
Om die reden zal het Tuchtcollege de Raad van Beheer niet ontvankelijk verklaren in zijn de heer vordering.
BESLISSING
Het Tuchtcollege
Verklaart de Raad van Beheer niet ontvankelijk in zijn vordering.
Het Tuchtcollege adviseert de Raad van Beheer deze uitspraak te publiceren.
Hoewel de klacht niet heeft geleid tot een veroordeling van de beklaagde, adviseert het Tuchtcollege de Raad van Beheer het door klagers aan de Raad van Beheer conform artikel VI.39 van het Kynologisch Reglement overgemaakte bedrag terug te betalen omdat het Tuchtcollege, buiten de schuld van de klagers, niet aan inhoudelijke behandeling van de klacht is toegekomen.
Deze uitspraak is gedaan te Utrecht op 25 mei 2009 door mr. P.L.M.J. Rooijakkers, voorzitter, mevrouw drs. A.C. Maaskant-de Groot en de heer H. Wolters, leden, bijgestaan door G.W.A. den Boer, secretaris, zijnde drs. Maaskant-de Groot en H. Wolters buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.
--------------------------------------------------------------------------------------------
Zaak nr. 08/051
UITSPRAAK van het Tuchtcollege in de zaak tegen:
1. Godelieve Gielen – Aerts
geboren op … te …
en
2. Michel Gielen
Geboren op … te …
beide wonende te …
Beklaagden.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 december 2008 en 20 februari 2009.
De beklaagden zijn ter zitting verschenen.
Eveneens aanwezig op 10 december 2008 is getuige de heer J. B., geboren op … te ….
Aanwezig op 20 februari 2009 is getuige K.K. T., wonende te ….
Klager is de vereniging de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland, hierna ook te noemen: De Raad, gevestigd te 1075 AV Amsterdam, Emmalaan 16-18, ter zitting van 10 december 2008 vertegenwoordigd door zijn hoofd juridische zaken mevrouw mr. D.F. Dokkum en mevrouw J. Oeldrig, bestuurslid en ter zitting van 20 februari 2009 door mw. J. Oeldrig. De Raad heeft gevorderd dat het Tuchtcollege, hierna ook te noemen: het TC, de zaak in behandeling neemt.
HET VERWETEN GEDRAG
De beklaagden wordt verweten dat:
zij, op of omstreeks 7 juni 2008, in Oude Pekela, hun Whippet teef Feeke van ’t Katemeer hebben laten deelnemen aan het FCI Wereldkampioenschap Windhondenrennen, terwijl deze hond onder invloed van doping verkeerde;
RECHTSMACHT
Het Tuchtcollege is bevoegd in deze zaak te oordelen omdat uit het dossier blijkt dat beklaagden hebben deelgenomen aan een wedstrijd. Met het indienen van het inschrijfformulier hebben beklaagden verklaard de rechtsmacht van de vereniging Raad van Beheer op Kynologisch gebied in Nederland te aanvaarden (art. IV.17 lid 2 KR).
ONTVANKELIJKHEID
Gelet op artikel VI.2 lid 1 van het Kynologisch Reglement kan een ieder, die meent dat iemand een strafbaar feit heeft begaan, schriftelijk een klacht bij de Raad indienen.
BEWIJSMIDDELEN
1. Het klachtenformulier TC ingevuld door de Raad d.d. 30-10-2008, waarin wordt gesteld dat beklaagden hebben gehandeld in strijd met het bepaalde in art. 1.10.1, 1.10.2, 1.10.3 en 1.10.4 van de FCI Regulations for International Sighthound Races and Lure Coursing Events, door met de hond Feeke van ’t Katemeer deel te nemen aan de Wereldkampioenschappen Windhondrennen op 7 juni 2008 te Oude Pekela, terwijl in de urine van deze hond een verboden middel als bedoeld in dit reglement aanwezig was. De Raad vordert dat het TC de zaak in behandeling neemt.
2. Een afschrift van het formulier doping test d.d. 07-06-2008, Oude Pekela NL, A + B sample nr. 2213264; naam van de hond: Feeke van ’t Katemeer, ras Whippet, tatoeage BHLWVF, eigenares Gielen – Aerts te …, ondertekend door de eigena(a)r(es) voor akkoord en ondertekend + gestempeld door de dierenarts dr. H.H.W. Dallenga;
3. Afschrift van de brief van de Commissie voor de Windhondenrensport van de Raad (hierna ook te noemen:: CvdW) d.d. 10 juni 2008 aan de universiteit van Gent, waarin wordt verzocht de 6 bijgeleverde urinemonsters op doping te onderzoeken;
4. Afschrift van de brief van de Universiteit van Gent d.d. 8 juli 2008 waarin wordt gemeld dat de urinestaal A 2213264 Theobromine bevat;
5. Afschrift van de brief van de CvdW, d.d. 14 juli 2008 aan de Universiteit van Gent waarin verzocht wordt de concentratie aan te geven van de betreffende aangetroffen stof;
6. Afschrift van het antwoord van de Universiteit van Gent d.d. 18 juli 2008 waaruit blijkt dat de concentratie bij benadering 44 ug/ml bedraagt;
7. Afschrift van de brief van de CvdW, d.d. 25 juli 2008 aan beklaagden waarin de uitslag van de dopingcontrole wordt meegedeeld en de mogelijkheid van een contra-expertise wordt aangegeven;
8. Afschrift van de brief d.d. 5 augustus 2008 van beklaagden met bijlagen, waarin wordt gesteld dat de betreffende hond geen producten kreeg toegediend die op doping zouden kunnen wijzen;
9. Afschrift van de brief van de CvdW, d.d. 13 september 2008 aan beklaagden met daarin de mededeling dat de Commissie voor de Windhondenrensport de zaak ter verdere afhandeling heeft overgedragen aan de Raad;
10. Afschrift van Doping Regulations van de CvdW;
11. Afschrift van het vergaderverslag van de vergadering van de FCI-Windhondenrencommissie, d.d. 7 juni 2002, op blz 5 van dit verslag wordt de grenswaarde van 2’000 nanogram voor theobromine vastgesteld;
12. Afschrift van de uitschrijving van de Wereldkampioenschappen Windhondenrennen te Oude Pekela d.d. 7 en 8 juni 2008;
13. Een door beklaagden ter zitting overgelegd afschrift van een, niet ondertekende, nota d.d. 10 december 2008, ter vervanging van de nota van de raadsman van beklaagden mr. Cyriel Coomans;
14. De verklaring namens de Raad, afgelegd ter zitting van 10 december 2008, inhoudende dat de Raad de klacht uitbreidt ten aanzien van beklaagde sub 2. Beide beklaagden zijn formeel eigenaar van de hond.
15. De verklaring van beklaagden, afgelegd ter zitting van 10 december 2008, zakelijk weergegeven inhoudende:
Dat beklaagden erg geschrokken zijn van de beschuldiging. Zij de stof theobromine niet kenden, anders dan dat het in chocolade voorkomt, en niet weten waar het vandaan kan komen. “We zitten al 30 jaar in de sport en hebben nooit iets verkeerds gedaan”.
Het onderzoek door prof.dr. F.T. Delbeke van de Universiteit van Gent betreft naar mening van beklaagden geen secure vaststelling van de aangetroffen waarde theobromine.
Met betrekking tot de afname van de staal: na de afname liep beklaagde sub 2 met de hond terug naar de auto, werd terug geroepen. Heeft dus een deel van de tijd geen zicht gehad op de staal.
Op de vraag van de voorzitter waarom door beklaagden geen contra-expertise is aangevraagd, antwoorden beklaagden dat dit door hen zinloos geacht werd. Betrof dezelfde staal, beklaagde sub 2 had gezien dat de staal over 2 potjes werd verdeeld.
Handtekening onder het formulier is van beklaagde sub 2. Het formulier werd ondertekend nadat hij was terug geroepen.
Weet niet of er andere urinestalen aanwezig waren die waren afgenomen.
Op de vraag van de voorzitter verklaart beklaagde sub 2 dat beklaagden de dag voorafgaand aan de wedstrijd zijn vertrokken en in een hotel hebben geslapen. De hond verbleef ’s nachts in de auto. Van deze auto stond de achterklep open voor ventilatie.
Op de vraag van het TC antwoorden beklaagden dat dit de eerste keer is dat één van hun honden op doping is gecontroleerd. De honden krijgen als voer Eukanuba of Australian Greyhound in het renseizoen. Weten niet of het gehalte aan theobromine op de verpakking staat vermeld. We geven de hond regelmatig chocolade, niet elke dag. Nu niet meer. De hond gebruikt geen medicijnen.
Op de vraag van het TC of beklaagden kunnen verklaren hoe het kan dat er 22x de toegestane hoeveelheid theobromine in de urinestaal is aangetroffen, antwoorden beklaagden deze vraag zichzelf ook gesteld te hebben. Zij hebben er geen antwoord op; het kan niet; dan vergiftig je je hond.
16. De verklaring door de Raad afgelegd ter zitting van 10 december 2008, zakelijk weergegeven inhoudende:
De controlepost heeft de official terug gestuurd om beklaagde sub 2 te gaan halen.
Door de Raad is met de betrokken dierenarts dr. Dallenga, gebeld. Deze heeft verteld hoe de procedure gelopen is. Er is niets onreglementairs gebeurd aldus de dierenarts.
De prestatieverhogende kwaliteiten van het middel zijn niet relevant; theobromine is een volgens het dopingprotocol verboden middel.
Gedurende de 2 dagen van de wedstrijd zijn in totaal 6 dopingcontroles uitgevoerd. De hond van beklaagden was de enige die is gecontroleerd in deze finale.
Op vragen van het TC: het protocol zegt niets over de begeleiding van het afgenomen urinemonster. De officials die de monsters ophalen worden aangewezen door de organiserende vereniging, benoemd door de Commissie voor de Windhondenrensport. Zijn mensen met ervaring die zelf geen honden hebben lopen op die dag.
17. Door getuige B. is ter zitting van 10 december 2008, zakelijk weergegeven, verklaard dat beklaagde sub 2 werd opgewacht na het podium door de persoon die de dopingcontrole moest uitvoeren. Beklaagde liep samen met deze persoon en de hond weg. Duurde lang. Beklaagde werd terug geroepen toen hij al met de hond bij de auto was terug gekeerd. Getuige neemt dopingcontroles af in België, blijft er altijd bij. Dit klopte niet. Getuige is mee terug gelopen naar de dierenarts. Zag flesjes met nummers. Controleur was niet aanwezig, kwam later terug. Was ongeveer 300 tot 500 meter van waar beklaagde sub 2 en getuige met de auto stonden. Er waren andere mensen bij de dierenarts die ook voor dopingcontrole met hun hond daar waren.
Door het TC wordt de behandeling van de zaak aangehouden tot 20 februari 2009 teneinde de official die betrokken was bij de urine-afname als getuige te horen.
Na heropening geeft de voorzitter uitleg over de huidige stand van zaken en deelt getuige T. mede waarover hij hem wenst te horen.
18. Getuige T. verklaart dat hij op 7 juni 2008 als official werkzaam was bij de FCI Wereldkampioenschap Windhondenrennen in Oude Pekela, Nederland.
Op 7 juni 2009 was hem door de organisatie gevraagd om een urinemonster af te nemen van de Whippet teef Feeke van ’t Katermeer, eigendom van beklaagden.
Getuige is met beklaagde sub 2 en de hond naar een veldje gegaan en is steeds bij de hond en beklaagde geweest, tot een monster kon worden opgevangen. Beklaagde heeft zelf het urinemonster opgevangen in een potje, dat getuige hem daarvoor gegeven had. Getuige herkent beklaagde als de meneer die nu tijdens de zitting naast hem zit. Vervolgens is getuige samen met beklaagde en het urinemonster naar de dierenarts gegaan om het monster daar af te geven. Daar hebben getuige en beklaagde de papieren ingevuld. Het was een afstand van ongeveer 100 meter naar de dierenarts. Getuige is daar steeds bij aanwezig geweest. Dit was de enige hond waarvan getuige die dag een urinemonster heeft afgenomen, er kan dus geen sprake zijn van verwisseling van persoon of urinestaal. De dierenarts heeft stickers ingevuld en de urinestaal verdeeld over 2 potjes.
Daartoe door de voorzitter in de gelegenheid gesteld, vraagt beklaagde sub 2 aan getuige of het mogelijk is dat getuige aanvankelijk alleen naar de dierenarts was gegaan maar was teruggekomen om hem en zijn hond op te halen en vervolgens mee te lopen naar de dierenarts. Inderdaad heeft hij zelf de urine opgevangen in een potje en het deksel er weer op gedaan.
Getuige verklaart hierop dat hij inderdaad vergeten was dat hij aanvankelijk alleen richting dierenarts is gelopen, maar toen hij ongeveer halverwege was, er door iemand anders (dhr. H.) erop werd gewezen dat de hond en zijn eigenaar ook mee moesten naar de dierenarts. Getuige is toen gelijk omgekeerd en heeft de beklaagde sub 2 en zijn hond weer opgehaald. Daar zat maar korte tijd tussen, de dierenartspost was immers maar ongeveer 100 meter verder. Getuige had het urinestaal nog steeds in zijn handen en heeft deze ook steeds zelf bewaard tot de overdracht aan de dierenarts.
Beklaagde sub 2 vraagt daarop aan getuige of hij tijdens het wachten op de urine, wat ongeveer 1 uur heeft geduurd, erg zenuwachtig was of erg gespannen.
Getuige antwoordt daarop dat beklaagde op hem normaal rustig was overgekomen.
Op vragen van het TC antwoordt de getuige dat de hond, tijdens het wachten op de urinestaal, helemaal niets te eten heeft gekregen. De hond heeft alleen wat gedronken uit een flesje dat beklaagde sub 2 bij zich had.
19. Beklaagden stellen een tweetal uitdraaien van internet met betrekking tot de stof Theobromine ter beschikking van het TC.
BEWEZENVERKLARING
Het Tuchtcollege is van oordeel dat er geen twijfel bestaat over het feit dat de afgenomen urinestaal die door de Universiteit te Gent is onderzocht, afkomstig is van de hond Feeke van ’t Katemeer, ras Whippet, tatoeage BHLWVF, eigendom van beklaagden.
Mede gelet op de verklaring van getuige T. stelt het Tuchtcollege vast dat er geen sprake is van eventuele manipulatie en/of verwisseling van de urinestaal. Niet is vast te stellen wat de reden is van het aantreffen van de verboden stof theobromine in de urinestaal.
Hoewel door het Tuchtcollege niet kan worden vastgesteld of- en door wie - de verboden stof is toegediend aan de hond, blijft het laten deelnemen van een hond aan een wedstrijd, terwijl deze hond onder invloed van een verboden stof verkeert, voor risico en verantwoordelijkheid van beklaagden.
Het Tuchtcollege is, wat er ook van zij van hetgeen beklaagden hebben aangevoerd, van oordeel dat beklaagden kennelijk geen afdoende maatregelen hebben getroffen om te voorkomen dat hun teef in strijd met het bepaalde in artikelen 1.10.01, 1.10.2, 1.10.3 en 1.10.4 van de FCI Regulations for International Sighthound Races and Lure Coursing Events een te hoge concentratie theobromine, namelijk bij benadering 44 ug/ml, in plaats van de maximaal toegestane hoeveelheid van 2 ug/ml in haar urinestaal had.
OVERWEGING MET BETREKKING TOT DE STRAFMAAT
Het Tuchtcollege overweegt dat de Federation Cynologique Internationale èn de Raad,
- op grond van het bepaalde in artikel 3 sub h van het Huishoudelijk Reglement - met de onderhavige dopings-regelgeving beogen het belang van de gezondheid en het welzijn van rashonden te dienen.
Nu de gezondheid en het welzijn van honden een statutair doel van de Raad is, is het Tuchtcollege van oordeel dat overtreding van deze regelgeving zeer ernstig is, zodat de hierna te formuleren straf op zijn plaats is.
Het Tuchtcollege acht de handelwijze van beklaagden ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar. Het Tuchtcollege zal op grond van het bepaalde in artikel VI.53 van het Kynologisch Reglement klaagster adviseren deze uitspraak te publiceren.
BESLISSING
Het Tuchtcollege:
- legt aan beklaagden de straf op van diskwalificatie van de persoon voor de duur van vijf jaar.
Het Tuchtcollege adviseert de Raad op Kynologisch Gebied in Nederland deze uitspraak te publiceren.
---------------------------------------
Zaak nr. 08/050, 10 december 2008
UITSPRAAK van het Tuchtcollege in de zaak tegen:
Rudolf de Bruin
Geboren op … te …
wonende te …
Beklaagde.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 december 2008. De beklaagde is ter zitting verschenen.
De klaagster, de Nederlandse Vereniging van Saarlooswolfhonden is ter zitting vertegenwoordigd door … en …, p.a. ….
De Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland, hierna ook te noemen: de Raad, gevestigd te 1075 AV Amsterdam, Emmalaan 16-18, ter zitting vertegenwoordigd door zijn hoofd juridische zaken mevrouw mr. D.F. Dokkum, heeft gevorderd dat het Tuchtcollege de zaak in behandeling neemt.
HET VERWETEN GEDRAG
De beklaagde wordt verweten dat:
hij in of omstreeks de periode van 13 mei 2007 tot 19 oktober 2008 te Nootdorp, althans in
Nederland, de functie van penningmeester, in ieder geval bestuurslid, heeft vervuld bij de Algemene
Vereniging voor Liefhebbers van Saarlooswolfhonden (AVLS), zijnde deze AVLS een niet door de Raad erkende vereniging die actief is op het gebied van een of meer takken van hondensport; (art. VI. 5 lid 1 KR)
RECHTSMACHT
Het Tuchtcollege is bevoegd in deze zaak te oordelen omdat uit het dossier blijkt dat beklaagde lid is van de Nederlandse Vereniging voor Tsjechoslowaakse Wolfhonden, een door de Raad van Beheer erkende vereniging. Met het aangaan van het lidmaatschap heeft beklaagde verklaard de rechtsmacht van de vereniging Raad van Beheer op Kynologisch gebied in Nederland te aanvaarden (art. 1.3 en 11.15 KR).
ONTVANKELIJKHEID
Gelet op artikel VI.2 lid 1 van het Kynologisch Reglement kan een ieder, die meent dat iemand een strafbaar feit heeft begaan, schriftelijk een klacht bij de Raad indienen. Klaagster is dan ook ontvankelijk.
BEWIJSMIDDELEN
1. Het klachtenformulier Tuchtcollege, ingevuld door klaagster d.d. 19-10-2008, waarin wordt gesteld dat beklaagde heeft gehandeld in strijd met het bepaalde in art. VI.5 KR door de bestuursfunctie van penningmeester bij een niet erkende vereniging — de Algemene Vereniging voor Liefhebbers van Saarlooswolfhonden, AVLS — te vervullen, gelijktijdig met het lidmaatschap van en het vervullen van een bestuursfunctie, penningmeester, bij een wel door de Raad van beheer erkende rasvereniging — Nederlandse Vereniging voor Tsjechoslowaakse Wolfhonden.
2. De vordering van de Raad van Beheer aan het Tuchtcollege bovengenoemde klacht in behandeling te nemen d.d. 29-10-2008.
3. Een door beklaagde ter zitting overgelegd afschrift van een e-mail d.d. 7januari 2008 tussen mw. T… en mw. mr. D.F. Dokkum van de Raad van Beheer.
4. Een door beklaagde ter zitting overgelegd afschift van een brief d.d. 1 juni 2008 afkomstig van mw. …, zijnde de secretaris van de Nederlandse Vereniging voor Tsjechoslowaakse Wolfhonden.
5. De verklaring van beklaagde ter zitting, dat hij op grond van de inhoud van beide berichten er van uit was gegaan dat ‘het wel goed zou zitten’. Zijn doel was het bevorderen van de kynologie in Nederland, de AVLS doet ook veel voor het ras. Krijgt alleen geen erkenning door de Raad van Beheer. Is naar mening van beklaagde in strijd met Nederlandse en Europese regelgeving.
6. De verklaring ter zitting door de Raad van Beheer dat door de Nederlandse Mededingings Autoriteit een onderzoek wordt uitgevoerd of meerdere verenigingen tegelijk erkend zouden moeten worden. Zolang hier nog geen uitslag van bekend is, dienen de regels zoals deze nu geldig zijn, te worden nageleefd.
BEWEZEN VERKLARING
Beklaagde heeft in of omstreeks de periode van 13 mei 2007 tot 19 oktober 2008, in
Nederland, de functie van penningmeester, althans een bestuursfunctie vervuld bij de niet
door de Raad erkende vereniging Algemene Vereniging voor Liefhebbers van Saarlooswolfhonden (AVLS). (art. VI.5 lid 1 KR)
OVERWEGING TEN OVERVLOEDE
De verklaring van beklaagde ter zitting dat hij al sinds ongeveer 12 jaar in de kynologie actief is maar zich nooit heeft verdiept in de regelgeving, komt het Tuchtcollege ongeloofwaardig voor.
Niet is gebleken van enige strijdigheid met Nederlandse en/of Europese regelgeving, nog daargelaten of dit ter beoordeling aan het Tuchtcollege is.
BESLISSING
Het Tuchtcollege veroordeelt beklaagde tot een tijdelijke diskwalificatie van zijn persoon voor de duur van 2 jaren.
Het Tuchtcollege adviseert de Raad van Beheer deze uitspraak te publiceren.
Deze uitspraak is gedaan te Utrecht op 10 december 2008 …
-----------------------------------------------------------------
Zaaknr. 07/016 , 18 april 2008
UITSPRAAK van het Tuchtcollege in de zaak tegen:
Mw. A.H. Ossebaar
wonende te ..., …
Beklaagde.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 april 2008.
De beklaagde is ter zitting verschenen.
De klaagster, mw. K. K.– B., …, …, is ter zitting verschenen.
De Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland, hierna te noemen: de Raad, gevestigd te 1075 AV Amsterdam, Emmalaan 16-18, ter zitting vertegenwoordigd door zijn hoofd juridische zaken mevrouw mr. D.F. Dokkum, heeft gevorderd dat het Tuchtcollege de zaak in behandeling neemt.
HET VERWETEN GEDRAG
De beklaagde wordt verweten dat:
zij op of omstreeks 30 januari 2007 te Den Helder op een dekaangifte, zijnde een dekaangifte een aanvraag-, aanmeldings- en inschrijvingsprocedure die in of krachtens het Kynologisch Reglement is geregeld, onjuiste gegevens heeft ingevuld of gegevens heeft verzwegen, immers heeft zij toen daar opzettelijk en in strijd met de waarheid op die aangifte vermeld dat bij de dekking van de Petit Basset Griffon Vendéen teef Queldring’s Toutefois Touché door de reu Queldring’s un à une unique op 22 en/of 23 januari 2007 geen KI had plaatsgevonden en/of op die dekaangifte bij “handtekening eigenaar reu” de naam van de eigenaresse van de reu ingevuld;
KR art. VI.6
RECHTSMACHT
Het Tuchtcollege is bevoegd in deze zaak te oordelen omdat uit het dossier blijkt dat beklaagde een kennelnaam voert. Met het indienen van een verzoek tot het voeren van een kennelnaam heeft beklaagde verklaard de rechtsmacht van de vereniging Raad van Beheer op Kynologisch gebied in Nederland te aanvaarden..
ONTVANKELIJKHEID
Gelet op artikel VI.2 lid 1 van het Kynologisch Reglement kan een ieder, die meent dat iemand een strafbaar feit heeft begaan, schriftelijk een klacht bij de Raad indienen. Klager is dan ook ontvankelijk.
BEWIJSMIDDELEN
- Dekaangifte van nestnummer 884, datum binnenkomst Raad 08 februari 2007, betreffende de dekking op 23 januari 2007 van de Petit Basset Griffon Vendéen teef Queldring’s Toutefois Touché, eigendom van beklaagde, door de reu Queldring’s un à une unique, eigendom van klaagster.
- Het klachtenformulier Tuchtcollege, ingevuld door klaagster d.d. 29 november 2007, met als bijlage een brief met als onderwerp: “valsheid in geschrifte en misbruik van KI”.
- De vordering van de Raad aan het Tuchtcollege bovengenoemde klacht in behandeling te nemen voor wat betreft het verwijt “valsheid in geschrift”. Het eveneens in de klacht gestelde verwijt “misbruik van KI” dient buiten beschouwing te worden gelaten.
- Een schrijven van beklaagde d.d. 4 januari 2008 inhoudende haar verweer. Daarin verklaart zij o.m. de naam van klaagster te hebben ingevuld op het dekbericht.
- De verklaring van beklaagde ter zitting dat zij bij het gestelde in deze brief blijft. Desgevraagd antwoordt zij dat er wèl KI heeft plaatsgevonden bij bovengenoemde dekking.
- De verklaring van klaagster ter zitting o.m. inhoudende dat het betreffende dekbericht niet door haar is ondertekend noch is ingevuld en dat er bij bovengenoemde dekking wèl KI heeft plaatsgevonden.
BEWEZENVERKLARING
Op grond van het gestelde in de bewijsmiddelen acht het Tuchtcollege bewezen en heeft het de overtuiging verkregen dat beklaagde het hierboven verweten feit heeft begaan.
STRAFBAARHEID
Het verstrekken van onjuiste gegevens op een dekaangifte is een handelen in strijd met een bepaling van het Kynologisch Reglement te weten artikel VI.6. Dat handelen is strafbaar gesteld in artikel VI.24 onder c van het Kynologisch Reglement.
Het verweten feit is derhalve strafbaar.
MOTIVERING VAN DE STRAFMAAT
De beklaagde heeft gehandeld in strijd met bepalingen uit het KR. door een dekaangifte onjuist in te vullen – te weten door in strijd met de waarheid te vermelden dat geen kunstmatige inseminatie heeft plaatsgevonden - en door de dekaangifte onbevoegdelijk te voorzien van de handtekening en/of naam van de eigenaar van de dekreu.
Met de Raad is het Tuchtcollege van oordeel dat dit zeer ernstige feiten betreft.
Voor een dergelijk handelen is naar het oordeel van het Tuchtcollege een diskwalificatie aangewezen.
BESLISSING
Het Tuchtcollege
veroordeelt beklaagde tot:
een tijdelijke diskwalificatie van haar persoon voor een periode van twee jaren, waarvan één jaar geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van vijf jaar;
bepaalt dat deze straf voor zover het het voorwaardelijke deel betreft, niet ten uitvoer zal worden gelegd tenzij het Tuchtcollege later anders zal beslissen als gevolg van een nieuwe veroordeling van beklaagde voor een kynologisch strafbaar feit, gepleegd binnen de proeftijd en bepaalt dat de proeftijd zal ingaan op de tweede dag na uitreiking van deze uitspraak per aangetekend schrijven;
adviseert de Raad deze uitspraak te publiceren
----------------------
zaaknummer 07/012 , 29 januari 2008
Het verweten gedrag
De beklaagde wordt verweten dat:
hij een hond heeft ingeschreven voor een expositie terwijl hij op de dag van de inschrijving niet de eigenaar van de hond was, immers heeft hij een hond van het ras Drentsche Patrijshond, genaamd A.M. NHSB … ingeschreven in de fokkersklasse en in de koppelklasse van de kapioenschapsclubmatch, georganiseerd door de vereniging De Drentsche Patrijshond op 27 mei 2006 te Barneveld terwijl hij op de dag van de inschrijving als mede-eigenaar en niet als eigenaar van die hond in de Nederlandse stamboekhouding geregistreerd stond.
RECHTSMACHT
Het Tuchtcollege is bevoegd in deze zaak te oordelen omdat beklaagde ten tijde van het hem verweten gedrag lid was van de verenging De Drentsche Patrijshond en op grond van de statuten van die vereniging is onderworpen aan de rechtsmacht van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland.
ONTVANKELIJKHEID
De beklaagde heeft betoogd dat de Raad van Beheer niet ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vordering. Hij heeft daar twee redenen voor aangevoerd. Ten eerste zou het Kynologisch Reglement onvoldoende duidelijk zijn met betrekking tot het hem verweten gedrag. Ten tweede zou, indien de door de Raad van Beheer gehanteerde interpretatie van het gestelde in artikel IV.20 lid 1 van het KR juist zou zijn, deze bepaling talloze malen zijn overtreden. De Raad van Beheer zou daarmee bekend moeten zijn maar zou nooit eerder handhavend zijn opgetreden.
Het Tuchtcollege is van oordeel dat het Kynologisch Reglement met betrekking tot het onderhavige twistpunt volstrekt helder is. In artikel IV.20 lid 1 staat dat een hond slechts voor een expositie kan worden ingeschreven door degene, die op de dag van de inschrijving eigenaar van de hond is. In artikel I.4 onder o staat dat de eigenaar - in de zin van het Kynologisch Reglement - diegene is die als eigenaar in de Nederlandse stamboekhouding geregistreerd staat. In artikel III.18 staat dat indien een hond aan meer dan één persoon in eigendom toebehoort in de Nederlandse stamboekhouding slechts één van hen als eigenaar wordt geregistreerd.
In onderlinge samenhang gelezen kan uit het bovenstaande niet anders worden geconcludeerd dan dat een hond voor een expositie (voor welke klasse dan ook) uitsluitend kan worden ingeschreven door degene die op het moment van inschrijven als eigenaar is geregistreerd in de Nederlandse stamboekhouding.
Dat de regelgever bij het totstandkomen van deze bepaling het ook zo bedoeld heeft blijkt uit de toelichting bij het ontwerp Kynologisch Reglement. In die toelichting schrijven de samenstellers als volgt.
Het komt in de praktijk voor dat een hond in eigendom aan meer dan één eigenaar toebehoort. Dat betekent dat bij “kynologische rechtshandelingen” ook steeds alle (mede-)eigenaren moeten optreden. Dit leidt in de kynologische praktijk nogal eens tot problemen, met name indien tussen de mede-eigenaren meningsverschillen zijn opgetreden. Daarom wordt in het thans voorgestelde artikel bepaald, dat slechts één der mede-eigenaren in de stamboekhouding als eigenaar wordt vermeld. Kynologisch gezien is alleen hij dus eigenaar, ongeacht de vraag of civielrechtelijk gezien van mede-eigendom sprake is. Waar in dit reglement van “eigenaar” wordt gesproken, wordt steeds de kynologische eigenaar bedoeld. Indien gedoeld wordt op de civielrechtelijke situatie, wordt gesproken van “in eigendom toebehoren”.
Gezien het bovenstaande verwerpt het Tuchtcollege het eerste deel van het verweer.
De beklaagde heeft genoegzaam aannemelijk gemaakt dat onderhavige bepalingen van het Kynologisch Reglement vele malen zijn overtreden. Het Tuchtcollege stelt vast dat, voor zover bekend, overtredingen als aan beklaagde verweten, nooit eerder ter tuchtrechtelijke afdoening aan haar zijn voorgelegd. Het Tuchtcollege is echter van oordeel dat dit, zo zijnde, er niet toe dient te leiden dat de Raad van Beheer niet ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vordering.
Het Tuchtcollege verwerpt ook het tweede deel van het verweer.
BEWIJSMIDDELEN
1. Een afschrift van het stamboomformulier met NHSB nummer…, waaruit blijkt dat H.G.M. B., wonende te …, …, op 14 november 2002 als eigenaar van A.M. [de hond] in de Nederlandse stamboekhouding stond geregistreerd. Voorts blijkt uit dat formulier dat de beklaagde fokker van Aaron is en dat hij op 14 november 2002 als mede-eigenaar van A.M. in de Nederlandse stamboekhouding stond geregistreerd.
2. Een brief gedateerd 28 mei en ondertekend door de eigenaar (H.G.M.B.) en de mede-eigenaar (H.T.B.), waarin de ondertekenaars de Raad van Beheer gezamenlijk verzoeken de status van eigenaar en mede-eigenaar in de Nederlandse stamboekhouding te wijzigen.
3. Een e-mail bericht gedateerd 28 mei 2006 16:32 uur van H. en E. B. aan H. E. waarin staat vermeld dat zij hebben besloten per direct de hond over te schrijven van eigenaar H.G.M. B. en mede-eigenaar H.T. B. naar eigenaar H.T. B. en mede-eigenaar H.G.M. B..
4. De verklaring van de beklaagde ter zitting dat de onder punt 1 beschreven situatie met betrekking tot het eigenaarschap en het mede-eigenaarschap ten tijde van de inschrijving voor de expositie en op de dag van de expositie ongewijzigd was.
5. Een klachtenformulier ondertekend door R.B en gedateerd 3 juli 2007, waarin hij stelt dat de beklaagde de hond A.M. had ingeschreven voor de kampioenschapsclubmatch georganiseerd door de vereniging De Drentsche Patrijshond op 27 mei 2006 te Barneveld.
6. De verklaring van de beklaagde ter zitting dat hij de hond A.M. had ingeschreven voor de fokkersklasse en de koppelklasse van de kampioenschapsclubmatch georganiseerd door de vereniging De Drentsche Patrijshond op 27 mei 2006 te Barneveld.
Bewezenverklaring
Op grond van het gestelde in de bewijsmiddelen acht het Tuchtcollege bewezen en heeft het de overtuiging verkregen dat beklaagde het hierboven verweten feit heeft begaan.
STRAFBAARHEID
Het inschrijven van een hond voor een expositie door iemand die niet eigenaar is van de ingeschreven hond is een handelen in strijd met een bepaling van het Kynologisch Reglement te weten artikel IV.20, lid 1. Dat handelen is strafbaar gesteld in artikel VI.25 van het Kynologisch Reglement.
Het verweten feit is derhalve strafbaar.
MOTIVERING VAN DE STRAFMAAT
De beklaagde heeft gehandeld in strijd met bepalingen uit het KR. Er had een andere naam en een andere handtekening op het inschrijfformulier moeten staan, ook had de hond niet mogen worden ingeschreven in de fokkersklasse en de koppelklasse. Dit alles berustte op één - weliswaar verwijtbaar - misverstand en wel een foute interpretatie van de het begrip eigenaar in de zin van het Kynologisch Reglement. Het is niet ondenkbaar dat dit misverstand mede is veroorzaakt doordat de Raad van Beheer zelden of nooit tegen overtredingen van deze bepalingen is opgetreden. Het Tuchtcollege is van oordeel dat de beklaagde, hoewel onjuist, niet te kwader trouw heeft gehandeld. Middels een eenvoudige administratieve handeling had dit alles kunnen worden voorkomen. Reeds één dag na de bewuste expositie heeft de beklaagde, samen met de toenmalige eigenaar, van die mogelijkheid gebruik gemaakt.
Onder de gegeven omstandigheden is naar het oordeel van het Tuchtcollege een zeer milde straf aangewezen.
Het Tuchtcollege ziet, gezien hetgeen hiervoor is overwogen, geen aanleiding de kwalificaties, prijzen en titels die aan A.M. zijn toegekend op de kampioenschapsclubmach, georganiseerd door de vereniging De Drentsche Patrijshond op 27 mei 2006 te Barneveld, vervallen te verklaren.
Beslissing
Het Tuchtcollege veroordeelt beklaagde tot:
een berisping
en adviseert de Raad van Beheer deze uitspraak te publiceren.
----------------------
Zaaknr. 07/008 , 30 augustus 2007
HET VERWETEN GEDRAG
De beklaagde wordt verweten dat:
hij in de maand januari 2005 de door hem gefokte pups (zwaar) heeft verwaarloosd alsmede de door hem gehouden volwassen honden de nodige verzorging heeft onthouden.
ONTVANKELIJKHEID
Uit de stukken is het navolgende gebleken: de klacht, zoals ingediend door de vereniging d.d. 3 maart 2005, is bij brief van de Raad van Beheer d.d. 3 november 2005 voorgelegd aan het Tuchtcollege, met verzoek deze in behandeling te nemen. De behandeling ter zitting werd gepland voor 18 januari 2006.
Bij brief van 11 januari 2006 heeft de Raad van Beheer dit verzoek ingetrokken, hetgeen aan beklaagde is gemeld.
Na heroverweging heeft het bestuur van de Raad van Beheer (brief d.d. 22 januari 2007) wederom gevorderd dat het Tuchtcollege deze klacht in behandeling neemt.
Het Tuchtcollege is van oordeel dat een beklaagde niet tweemaal voor hetzelfde feit kan worden vervolgd, omdat dit in strijd zou zijn met het ne bis in idem beginsel, mede gelet op de omstandigheid dat het Tuchtcollege niet gebleken is van nieuwe feiten en omstandigheden die een hernieuwde klacht zouden kunnen rechtvaardigen.
Het Tuchtcollege zal de Raad van Beheer dan ook niet ontvankelijk verklaren in haar vordering.
OVERWEGING TEN OVERVLOEDE
Het Tuchtcollege overweegt dat in geval de Raad van Beheer niet binnen drie maanden heeft beslist op een ingediende klacht, de klager zich rechtstreeks tot het Tuchtcollege kan wenden (art. VI.43 lid 2 KR)
Wanneer de Raad van Beheer weigert de klacht door te leiden naar het Tuchtcollege, kan de klager binnen 4 weken na deze afwijzende beslissing, een bezwaarschrift indienen bij de Geschillen Commissie (art. VII.2 KR). In deze zaak had laatstgenoemde procedure gevolgd kunnen worden.
BESLISSING
Het Tuchtcollege verklaart de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland niet ontvankelijk in haar vordering.
Op grond van het bepaalde in artikel VI.53 lid 1 van het Kynologisch reglement adviseert het Tuchtcollege de Raad van Beheer om deze uitspraak te publiceren.
-----------------------
Zaaknr. 07/007 , 30 augustus 2008
HET VERWETEN GEDRAG
De beklaagde wordt verweten dat:
hij, als fokker, op 26 maart 2007, bij de eigendomsoverdracht van de Foxterriër draadhaar teef B. v.d. S. heeft verzuimd het 'aanvraagformulier registratiebewijs' met de gegevens van de nieuwe eigenaar in te vullen en te ondertekenen en vervolgens heeft nagelaten dit formulier ter inzage te geven en dit verzuim tot op heden niet te hebben hersteld;
RECHTSMACHT
Het Tuchtcollege is bevoegd in deze zaak te oordelen omdat uit het dossier blijkt dat beklaagde een kennelnaam voert. Met het indienen van een verzoek tot het voeren van een kennelnaam heeft beklaagde verklaard de rechtsmacht van de vereniging Raad van Beheer op Kynologisch gebied in Nederland te aanvaarden..
ONTVANKELIJKHEID
Gelet op artikel VI.2 lid 1 van het Kynologisch Reglement kan een ieder, die meent dat iemand een strafbaar feit heeft begaan, schriftelijk een klacht bij de Raad van Beheer indienen. Klager is dan ook ontvankelijk.
BEWIJSMIDDELEN
Een klachtenformulier met bijlagen, gedateerd 7 juni 2007, ingediend door klager, inhoudende hetgeen beklaagde wordt verweten.
Een schrijven van beklaagde d.d. 11 juli 2007, waarin beklaagde de hem verweten gedraging ontkent.
De verklaring van beklaagde ter zitting, namens hem afgelegd door dhr. T., waarin hij verklaart dat hij de Foxterriër draadhaar teef B. v.d. S. op 26 maart 2007 heeft verkocht aan mevrouw J.P. W.-v.d. H. en dhr. K.P. W. als mede-eigenaar. Daarbij is door dhr. W., zijnde de partner van dhr. de H., het aanvraagformulier registratiebewijs ingevuld en ondertekend. Mw. W. heeft eveneens bedoeld bewijs ondertekend, dit alles in het bijzijn van dhr. K.P. W..
Beklaagde heeft een copie van dit bewijs aan de stukken toegevoegd. Het origineel van het bewijs moet zich in het archief van de Raad van Beheer bevinden.
Op 16 april 2007 heeft klager de Foxterriër weer terug gebracht naar beklaagde. Deze heeft de pup terug genomen en aan klager het volledige aankoopbedrag van € 675,- terug betaald.
Klager stelt grote twijfels te hebben of de handtekening zoals vermeld op de door beklaagde aan de stukken toegevoegde kopie 'aanvraagformulier registratiebewijs' wel die van zijn echtgenote is.
Klager ontkent het aankoopbedrag van beklaagde te hebben terug ontvangen. Hij stelt de pup in goed vertrouwen bij beklaagde te hebben achtergelaten die er een ander tehuis voor zou zoeken.
Door klager is op 6 juni 2007 bij de politie Noord-Holland Noord, afdeling Schagen & Wieringerland, aangifte tegen beklaagde gedaan wegens verduistering van de hond. Een copie van de aangifte wordt ter zitting overgelegd. Beklaagde is op 7 juni 2007 door de politie hierover gehoord en heeft een verklaring afgelegd.
Klager verklaart ter zitting dat hij onderhavige klacht nooit ingediend had als hij het aankoopbedrag van € 675,- had terug ontvangen.
BEWEZENVERKLARING
Op grond van het gestelde in de bewijsmiddelen en gelet op art. III.22 KR acht het Tuchtcollege niet bewezen dat beklaagde het hierboven verweten feit heeft begaan.
OVERWEGING TEN OVERVLOEDE
Het Tuchtcollege is niet bevoegd te oordelen over het civielrechtelijk geschil tussen klager en beklaagde omtrent de aankoopprijs van de pup. Daartoe dient klager zich tot de bevoegde rechter te wenden.
Het is het Tuchtcollege ambtshalve bekend dat een afschrift van bedoeld ‘aanvraagformulier registratiebewijs’ zich in het archief van de Raad van Beheer bevindt. Hieruit blijkt dat beklaagde heeft gehandeld conform het gestelde in het Kynologisch reglement, met bepaald in art. III.22 KR. Niet in het Kynologisch reglement is opgenomen dat de verkoper een copie dient te verstrekken of inzage moeten verlenen. De enkele omstandigheid dat klager het formulier niet ter inzage heeft gekregen levert geen overtreding op van het kynologisch reglement.
BESLISSING
Nu noch uit de stukken, noch uit het behandelde te zitting is gebleken dat beklaagde met betrekking tot het invullen van het ‘aanvraagformulier registratiebewijs’ bij de verkoop van de Fox Terriër draadhaar teef B. v.d. S. onjuist heeft gehandeld, spreekt het Tuchtcollege hem daarvan vrij.
Op grond van het bepaalde in artikel VI.53 lid 1 van het Kynologisch reglement adviseert het Tuchtcollege de Raad van Beheer om deze uitspraak te publiceren.
--------------------------
Zaaknr. 07/ 005 , 20 augustus 2007
HET VERWETEN GEDRAG
De beklaagde wordt verweten dat:
door hem, ambterend als keurmeester van de Saarloos Wolfhonden op de tentoonstelling te Goes d.d. 22 april 2007, onreglementair, in ieder geval onjuist is gehandeld, door
1) tweemaal een exposant, die niet tijdig bij de ring aanwezig was, te (doen) omroepen en
2) de hond van deze exposant - terwijl de keuring al was aangevangen - alsnog te keuren en vervolgens te plaatsen (art. IV. 81.1 KR) en
3) bij de keuze voor de Beste van het Ras, de betreffende reu en teef niet opnieuw te keuren maar direct te plaatsen;
RECHTSMACHT
Het Tuchtcollege is bevoegd in deze zaak te oordelen. Gelet op artikel 2 lid 3 van de Statuten van de Vereniging "Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland" is beklaagde, optredend als keurmeester op een tentoonstelling aan de rechtsmacht van de Raad van Beheer onderworpen.
ONTVANKELIJKHEID
Naar het oordeel van het Tuchtcollege levert hetgeen klager beklaagde onder 1 en 3 verwijt geen overtreding op van een van de bijzondere verboden van titel 2 van hoofdstuk VI van het Kynologisch Reglement en evenmin een overtreding van andere bepalingen van dat Reglement.
Ten overvloede merkt het Tuchtcollege ten aanzien van het verwijt onder 1 nog op dat het de organisatie van een tentoonstelling vrij staat een dergelijke oproep te doen en het is haar ambtshalve bekend dat dit ook regelmatig gebeurt.
BEWIJSMIDDELEN
1 - Een klachtenformulier met bijlagen, gedateerd 6 mei 2007, ingediend door de heer van Riel, inhoudende hetgeen beklaagde wordt verweten.
2 - Een schrijven van dhr. R. d.d. 12 juni 2007, waarin beklaagde de door hem gemaakte fout ten aanzien van de plaatsing van de te laat aanwezige hond erkent.
3 - De verklaring van beklaagde ter zitting waarin hij uitlegt dat het (doen) oproepen van de niet aanwezige exposant, waarvan de kaart overigens wel bij de ring was ingeleverd, uit klantvriendelijkheid is gedaan. Er staat nergens in enig reglement vermeld dat dit verboden is en het wordt vaker gedaan. Beklaagde erkent de fout met betrekking tot de plaatsing van de te laat aanwezige en door hem alsnog gekeurde hond. Tot slot verklaart beklaagde dat hij bij de keuze voor de Beste van het Ras de beide honden nog goed op het netvlies had staan, waardoor een hernieuwde uitgebreide beoordeling wat hem betreft achterwege kon blijven.
BEWEZENVERKLARING
Op grond van het gestelde in de bewijsmiddelen acht het Tuchtcollege bewezen en heeft de overtuiging verkregen dat beklaagde het hierboven onder 2 verweten feit heeft begaan.
KWALIFICATIE
Het bewezen verklaarde levert op: handelen in strijd met artikel IV.81.1 van het Kynologisch Reglement, strafbaar gesteld bij artikel VI.25 lid 1 van het Kynologisch Reglement.
MOTIVERING VAN DE STRAFMAAT
Het Tuchtcollege stelt vast dat door beklaagde in strijd is gehandeld met enige bepaling in het Kynologisch Reglement. Dat is door beklaagde ter zitting ook erkend. Gezien de schriftelijke stukken en het besprokene ter zitting is het Tuchtcollege echter van mening dat hier niet van een dusdanig ernstige fout kan worden gesproken dat hiervoor een straf zou moeten worden opgelegd.
OVERWEGING TEN OVERVLOEDE
Het Tuchtcollege is niet gebleken van enige vooringenomenheid of bevoordeling door beklaagde, zoals gesteld door klager; zeker niet nu beklaagde ter zitting onweersproken heeft verklaard wel de hond maar niet de exposant te kennen die te laat bij de ring aanwezig was.
Ter zitting is gebleken dat door de heer Van R. direct een klacht bij het bestuur van de tentoonstelling gevende vereniging alsmede bij de gedelegeerde van de Raad van Beheer is ingediend.
Uit de verklaring van beklaagde ter zitting is gebleken dat hij door de gedelegeerde van de Raad van Beheer van deze klacht op dezelfde dag, omstreeks 15.00 of 15.30 uur, op de hoogte is gesteld.
Door klager wordt verzocht de uitslag van de betreffende keuring ongedaan te maken. Gelet op het bepaalde in artikel IV.92 is het Tuchtcollege hiertoe echter niet bevoegd.
Tot slot overweegt het Tuchtcollege dat de vraag kan worden gesteld of de organisatie en/of de gedelegeerde van de Raad van Beheer een beslissing had moeten nemen op de klacht, ingediend door de heer Van R., vóór het moment dat door beklaagde de ingevulde keurslips bij het secretariaat waren afgegeven. Daargelaten of de organisatie of de gedelegeerde enig verwijt kan worden gemaakt is het Tuchtcollege van oordeel dat beklaagde in ieder geval een onvoldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt.
BESLISSING
Het Tuchtcollege verklaart bewezen dat het verweten gedrag, zoals hierboven is omschreven door beklaagde is begaan en verklaart hem daarvoor niet strafbaar.
Het Tuchtcollege verklaart klager niet ontvankelijk in zijn klacht zoals onder 1 en 3 omschreven.
Op grond van het bepaalde in artikel VI.53 lid 1 van het Kynologisch reglement adviseert het Tuchtcollege de Raad van Beheer om deze uitspraak te publiceren.
---------------------------------------
Zaaknr. 07/003 20 augustus 2007.
HET VERWETEN GEDRAG
De beklaagden wordt verweten dat zij:
op een zeer hondonvriendelijke wijze grote aantallen honden houden en/of dierenmishandeling plegen;
RECHTSMACHT
Het Tuchtcollege is bevoegd in deze zaak te oordelen omdat uit het dossier blijkt dat beklaagde een kennelnaam voert. Met het indienen van het verzoek tot het voeren van een kennelnaam heeft beklaagde verklaard de rechtsmacht van de vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland te aanvaarden.
ONTVANKELIJKHEID
Noch de Raad van Beheer noch de klagers hebben blijkens de processtukken een of meer bepalingen uit een door of namens de Raad van Beheer vastgesteld reglement genoemd waarin het verweten gedrag strafbaar is gesteld.
Naar het oordeel van het Tuchtcollege levert hetgeen klagers beklaagden verwijten geen overtreding op van een van de bijzondere verboden van titel 2 van hoofdstuk VI van het Kynologisch Reglement en evenmin een overtreding van andere bepalingen van dat Reglement.
Het Tuchtcollege overweegt ambtshalve dat de algemene bepaling van artikel VI.24 van het Kynologisch Reglement, dat zij die het aanzien of de belangen van de kynologie schaden kunnen worden gestraft, niet op deze casus van toepassing kan zijn, alleen al omdat uit niets is gebleken dat verdachte het oogmerk heeft gehad dat aanzien of die belangen te schaden. Een vervolging op grond van deze strafbepaling is, naar vaste jurisprudentie van het Tuchtcollege, slechts mogelijk indien er sprake is van opzettelijk en wederrechtelijk schaden van het aanzien of de belangen van de kynologie als zodanig. Het legaliteitsbeginsel: “geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgaande strafbepaling”, staat een ruimere uitleg niet toe.
Het Tuchtcollege zal de Raad van Beheer dan ook niet ontvankelijk verklaren in haar vordering en de klagers niet ontvankelijk verklaren in haar klacht, nu noch door de Raad van Beheer noch door de klagers enige bepaling is genoemd die, zo het aan beklaagde verweten gedrag zou worden bewezen, door dat gedrag zou zijn overtreden.
BESLISSING
Het Tuchtcollege verklaart de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland niet ontvankelijk in haar vordering en verklaart de klagers niet ontvankelijk in haar klacht.
Op grond van het bepaalde in artikel VI.53 lid 1 van het Kynologisch reglement adviseert het Tuchtcollege de Raad van Beheer om deze uitspraak te publiceren.
------------------------------
Op haar zitting van 25 oktober 2006 heeft het Tuchtcollege in onderstaande zaken uitspraak gedaan
Uitspraak 05/70a en 05/70b
Beklaagden wordt verweten dat zij aan de klager, als beheerder van een databank van de rasvereniging, ten behoeve van pupinformatie formulieren oogonderzoek hebben toegezonden waarop het jaartal waarop het oogonderzoek heeft plaatsgevonden is veranderd. Volgens de klager is hem gebleken dat de hond waarbij bedoeld oogonderzoek is verricht in het jaar dat staat vermeld op het hem toegezonden formulier geen oogonderzoek heeft ondergaan.
Het Tuchtcollege heeft overwogen dat een rapport oogonderzoek in viervoud wordt opgemaakt en wordt ondertekend door de dierenarts die het oogonderzoek verricht. Een wit formulier wordt door de oogarts rechtstreeks gezonden aan de Raad van Beheer/GGW (afdeling Gedrag, Gezondheid en Welzijn). Het Tuchtcollege heeft vastgesteld dat op het originele witte formulier hetzelfde jaartal staat vermeld als op het formulier dat door beklaagden naar klager is gezonden. Aangenomen moet dan ook worden dat er sprake is van een kennelijke verschrijving door de dierenarts.
Beklaagden worden vrijgesproken van het hen verweten gedrag.
Uitspraak 06/001
Beklaagde T.K. te Nieuwe Pekela wordt verweten dat hij a) het aanzien en/of de belangen van de Kynologie heeft geschaad door klagers tijdens een tentoonstelling te mishandelen en dat hij b) klagers valselijk heeft beschuldigd van het zenden van klachtbrieven naar een Kynologenclub.
Het Tuchtcollege acht het onder a) verweten gedrag bewezen en heeft beklaagde voor dat gedrag veroordeeld tot een tijdelijke diskwalificatie van de persoon voor de duur van zes maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk.
Het Tuchtcollege heeft klagers niet ontvankelijk verklaard in het onder b) beschreven onderdeel van de klacht omdat hieraan geen Kynologisch strafbaar gesteld feit ten grondslag ligt .
Het Tuchtcollege heeft de Raad van Beheer geadviseerd deze uitspraak te publiceren in de Kynologische Pers.
--------------------------------------------------------------
Op haar zitting van 16 november 2005 heeft het Tuchtcollege in onderstaande zaken uitspraak gedaan.
Uitspraak 05.003
Een persoon is verweten:
1) dat hij bij zijn handelen ten behoeve van de hondensport bedrieglijke handelingen heeft verricht door als penningmeester van een vereniging gelden van die vereniging te verduisteren (art. 6 lid 2 KR) en
2) dat hij het aanzien en de belangen van de kynologie heeft geschaad door anderen te weerhouden van deelname aan de clubmatch van die vereniging (art. VI.24 KR).
Het Tuchtcollege acht bewezen dat de beklaagde het hem onder 1) verweten gedrag heeft begaan. Het Tuchtcollege heeft overwogen dat artikel VI.6.2 KR zo dient te worden uitgelegd dat onder het daarin neergelegde verbod ook is begrepen het plegen van bedrieglijke handelingen of het doen van pogingen daartoe bij het handelen ten behoeve van de uitoefening van de hondensport.
Het Tuchtcollege heeft beklaagde vrijgesproken van het onder 2) verweten gedrag. Het Tuchtcollege heeft daartoe overwogen dat het verweten gedrag onvoldoende aannemelijk is gemaakt.
Uitspraak 05.004
Het bestuur van een vereniging wordt verweten
1) de belangen van de kynologie ernstig te hebben geschaad door klager tijdens een algemene ledenvergadering ernstig te beledigen, doordat de voorzitter van de vereniging toen heeft meegedeeld dat klager zich bij een evenement van de vereniging heeft misdragen en die misdragingen ook heeft genoemd en
2) aan klager ten onrechte het lidmaatschap van de vereniging te hebben geweigerd.
Het Tuchtcollege heeft de beklaagde van het onder 1) genoemde gedrag vrijgesproken. Het Tuchtcollege heeft daartoe het volgende overwogen. Toen door de klager werd gevraagd naar de signalen die voor het bestuur aanleiding waren om aan klager het lidmaatschap van de vereniging te weigeren kon het bestuur niet anders doen dan de inhoud van die signalen weergeven. De gedragingen kunnen daarom niet worden aangemerkt als een wederrechtelijk grievend en kwetsend gedrag en kunnen alleen al op die grond niet leiden tot een strafbaar schaden van het aanzien of de belangen van de kynologie.
Het Tuchtcollege heeft opgemerkt dat het wellicht beter was geweest indien klager tevoren over de inhoud van bedoelde signalen was geïnformeerd zodat hij daarmee niet op de vergadering was overvallen.
Het Tuchtcollege heeft de klager niet ontvankelijk verklaard in de onder 2) weergegeven klacht omdat het verweten gedrag geen overtreding van een van de bijzondere verboden van titel 2 hoofdstuk VI van het Kynologisch Reglement en evenmin een overtreding van andere bepalingen van het Kynologisch Reglement oplevert.
Uitspraak 05.007
Een exposant is verweten dat zij met een door haar voor een tentoonstelling ingeschreven hond de tentoonstelling vroegtijdig heeft verlaten, waardoor deze hond niet op de tentoonstelling aanwezig was gedurende de uren waarop deze tentoonstelling was geopend.
Het Tuchtcollege is van oordeel dat de door de beklaagde aangevoerde grond, te weten dat zij met spoed naar huis moest vanwege een ziek kind, vervroegd vertrek in beginsel kan rechtvaardigen. De beklaagde heeft echter, ondanks uitdrukkelijk verzoek, nagelaten de door haar aangevoerde grond met enig stuk van overtuiging aannemelijk te maken. Het Tuchtcollege acht dan ook geen rechtvaardigingsgrond aanwezig en heeft beklaagde gestraft met de straf van berisping.
Art. IV.80.1 KR
Uitspraak 05.029
Een exposant is verweten dat hij met een door hem voor een tentoonstelling ingeschreven hond, de tentoonstelling vroegtijdig heeft verlaten, waardoor deze hond niet op de tentoonstelling aanwezig was gedurende de uren waarop deze tentoonstelling was geopend.
Het Tuchtcollege is van oordeel dat de door de beklaagde aangevoerde grond, te weten ziekte, vervroegd vertrek in beginsel kan rechtvaardigen. De beklaagde heeft echter, ondanks uitdrukkelijk verzoek, nagelaten de door hem aangevoerde grond met enig stuk van overtuiging aannemelijk te maken. Het Tuchtcollege acht dan ook geen rechtvaardigingsgrond aanwezig en heeft beklaagde gestraft met de straf van berisping.
Art. IV.80.1 KR
Uitspraak 05.066
Een persoon wordt verweten dat hij het fokreglement van een vereniging heeft overtreden en schade heeft toegebracht aan de gezondheid en het welzijn van een deel van de populatie van een hondenras door een nest honden te fokken met als moeder een teef waarvan hij wist dan wel redelijkerwijze moest aannemen dat zij drager was van een erfelijke aandoening.
Naar het oordeel van het Tuchtcollege kan overtreding van een fokreglement niet een kynologisch strafbaar feit opleveren omdat het desbetreffende Fokreglement zoals uit de tekst ervan blijkt, is vastgesteld door de algemene Ledenvergadering van die vereniging en dus niet “een ander door of namens de Raad van Beheer vastgesteld reglement” als bedoeld in artikel VI.25 eerste lid KR is. In zoverre wordt de klager in zijn klacht niet ontvankelijk verklaard.
Het Tuchtcollege heeft verder overwogen dat beklaagde redelijkerwijs heeft moeten aannemen dat de teef drager was van een erfelijke aandoening en dat hij door met die teef te fokken heeft aanvaard dat dit erfelijk materiaal met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid aan een deel van de pups zou worden doorgegeven. De beklaagde heeft daarmee ook aanvaard dat de erfelijke aandoeningen zich (verder) in het ras kan verspreiden en dat dat op termijn lijders aan deze aandoening kan opleveren. Daarmee heeft beklaagde schade toegebracht aan de fokkerij van rashonden in het algemeen en aan de gezondheid en het welzijn van een deel van de populatie van het eerder bedoelde ras in het bijzonder.
Het Tuchtcollege heeft beklaagde echter ontslagen van tuchtrechtelijke vervolging, omdat noch het Kynologisch Reglement noch een ander door of namens de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland vastgesteld reglement een specifieke bepaling kent waarin het bewezen verklaarde gedrag strafbaar is gesteld. Ook de algemene bepaling van artikel VI.24 KR acht het Tuchtcollege hier niet van toepassing alleen al omdat niet is gebleken dat beklaagde het oogmerk heeft gehad het aanzien of de belangen van de Kynologie te schaden.
Uitspraak 05.067
Een klager verwijt het bestuur van een vereniging dat het klager heeft gediscrimineerd doordat het bestuur, met een beroep op het Fokreglement van die vereniging heeft geweigerd om een bij klager komend nest goed te keuren en te publiceren, hoewel beide ouderdieren volledig voldeden aan dat Fokreglement en het bestuur nesten die bij anderen werden verwacht en die niet voldeden aan in dat Fokreglement gestelde voorwaarden wel heeft goedgekeurd en heeft gepubliceerd. Het Tuchtcollege heeft de klager in zijn klacht niet ontvankelijk verklaard. Het Tuchtcollege heeft overwogen dat de beklaagde noch een bepaling uit het Kynologisch Reglement noch een ander door of namens de Raad van Beheer vastgesteld reglement heeft overtreden.
Klager heeft nog wel gesteld dat uit het feit dat een gedraging in strijd is met de wet automatisch volgt dat die gedraging ook in strijd is met het Kynologisch Reglement en daardoor een kynologisch strafbaar feit oplevert maar het recht geeft geen enkel aanknopingpunt voor deze stelling.
Uitspraak 05.068
Een klager heeft de vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland verweten dat hij klager heeft gediscrimineerd, door in een geschil tussen klager en een rasvereniging voorbarig een uitspraak te doen, zonder klager te horen en/of door in een brief aan de rasvereniging de vraag of het drager zijn van een erfelijke afwijking ook valt onder het hebben van een erfelijke afwijking positief te beantwoorden.
Het Tuchtcollege heeft zich onbevoegd verklaard omdat het naar vaste jurisprudentie van het Tuchtcollege geen rechtsmacht heeft over de Raad van Beheer als zodanig.
Het Tuchtcollege heeft ten aanzien van de stelling van klager dat uit het feit dat een gedraging in strijd is met de wet automatisch volgt dat die gedraging ook in strijd is met het Kynologisch Reglement en daardoor een kynologisch strafbaar feit oplevert, ten overvloede overwogen dat het recht geen enkel aanknopingpunt voor deze stelling biedt (zie ook uitspraak 05.067).
-------------------------------------------------------------------------------
Op haar zitting van 2 juni 2005 heeft het Tuchtcollege in onderstaande zaken uitspraak gedaan.
Uitspraak 04.002
Het bestuur van een rasvereniging wordt door een lid van die vereniging verweten dat het te pas en te onpas reglementen van de club negeert dan wel selectief toepast.
Het tuchtcollege heeft geoordeeld dat aan de klacht geen in het Kynologisch Reglement strafbaar gesteld feit ten grondslag ligt en heeft de klaagster in haar klacht niet ontvankelijk verklaard.
Uitspraak 04.013
Een fokker is verweten dat hij onjuiste gegevens heeft verstrekt bij een inschrijvingsprocedure die in het Kynologisch Reglement is geregeld door het plaatsen van een valse handtekening. Het Tuchtcollege acht bewezen dat beklaagde het hem verweten gedrag heeft begaan. Het Tuchtcollege heeft overwogen van oordeel te zijn dat overtreding van regels, die bedoeld zijn om een correcte stamboekhouding, waarop blind kan worden vertrouwd, te garanderen in beginsel een langdurige en onvoorwaardelijke diskwalificatie van de overtreder rechtvaardigt. Gezien het feit dat alleen de handtekening van de eigenaar van de reu is vervalst en de overige gegevens kloppen volstaat het Tuchtcollege met de aanzienlijk mildere staf van een geldboete van € 300,-, bij niet betaling te vervangen door een tijdelijke diskwalificatie van de persoon van beklaagde voor de duur van drie maanden.
Art. VI.6 KR
Uitspraak 04.014
Een persoon is verweten dat zij het aanzien van de kynologie heeft geschaad doordat zij bij een aantal honden waarvan zij als eigenaar in de Nederlandse stamboekhouding stond geregistreerd zonder dat er een medische noodzaak aanwezig was een ingreep aan de stembanden heeft laten verrichten als gevolg waarvan deze honden niet meer kunnen blaffen.
Het tuchtcollege acht het verweten gedrag bewezen en heeft de beklaagde daarvoor strafbaar geacht. Het tuchtcollege heeft de beklaagde veroordeeld tot een tijdelijke diskwalificatie van de persoon voor de duur van zes jaren en heeft tevens de honden waarvan beklaagde eigenaar is evenals de honden waarvan zij gedurende de periode van diskwalificatie eigenaar zal worden gediskwalificeerd.
Art. VI.24 KR
------------------------------------------------------------------------------------
Op haar zitting van 12 januari 2005 heeft het Tuchtcollege in onderstaande zaken uitspraak gedaan:
Uitspraak 03.056
Ter zitting is gebleken dat klaagster, kort gezegd, een civielrechtelijk geschil over het eigendom van een hond ter beslechting aan het Tuchtcollege wenste voor te leggen. Nu aan de klacht geen kynologisch strafbaar feit ten grondslag lag, heeft het Tuchtcollege klaagster niet ontvankelijk verklaard in haar klacht.
Uitspraak 03.058
De Raad van Beheer is verweten dat haar gedelegeerde op een tentoonstelling heeft besloten een voor die tentoonstelling ingeschreven hond uit te sluiten voor iedere kwalificatie en plaatsing terwijl het nemen van een dergelijk besluit is voorbehouden aan het bestuur van de organisator.
Het Tuchtcollege heeft geoordeeld dat het geen rechtsmacht heeft over de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland, als zodanig en heeft klager daarom niet ontvankelijk verklaard in zijn klacht.
Ten overvloede heeft het Tuchtcollege nog overwogen dat een klacht als deze neerkomt op het door of namens de Raad van Beheer nemen van een besluit, waardoor klager rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen. Voor het beoordelen van dergelijke klachten is niet het Tuchtcollege maar de Geschillencommissie voor de Kynologie de aangewezen instantie. Ook om die reden zou het Tuchtcollege de klager in zijn klacht niet ontvankelijk moeten verklaren.
Uitspraak 03.059
Een exposant is verweten dat hij met een door hem voor een tentoonstelling ingeschreven hond, de tentoonstelling vroegtijdig heeft verlaten, waardoor deze hond niet op de tentoonstelling aanwezig was gedurende de uren waarop deze tentoonstelling was geopend.
Het Tuchtcollege is van oordeel dat de door de beklaagde aangevoerde grond, te weten dat hij telefonisch was geïnformeerd dat zijn thuis achtergebleven zoon niet lekker was en dat hij met hem naar de dokter wilde gaan, vervroegd vertrek in beginsel kan rechtvaardigen. De beklaagde heeft echter, ondanks uitdrukkelijk verzoek, nagelaten de door hem aangevoerde grond met enig stuk van overtuiging aannemelijk te maken. Het Tuchtcollege acht dan ook geen rechtvaardigingsgrond aanwezig en heeft beklaagde gestraft met de straf van berisping.
Art. IV.80.1 KR
Uitspraak 03.065
Een exposant is verweten dat hij met een door hem voor een tentoonstelling ingeschreven hond, de tentoonstelling vroegtijdig heeft verlaten, waardoor deze hond niet op de tentoonstelling aanwezig was gedurende de uren waarop deze tentoonstelling was geopend.
Het Tuchtcollege acht beklaagde daarvoor strafbaar omdat de door hem daarvoor aangevoerde grond, te weten dat hij nog naar een jubileumreceptie moest, het vroegtijdige vertrek niet kan rechtvaardigen. Het Tuchtcollege acht dan ook geen rechtvaardigingsgrond aanwezig en heeft beklaagde gestraft met de straf van berisping.
(Art.IV.80.1 KR)
Uitspraken 03.067a en 03.067b
Een tweetal personen is verweten dat zij met een door hem voor een tentoonstelling ingeschreven hond, de tentoonstelling vroegtijdig hebben verlaten, waardoor deze hond niet op de tentoonstelling aanwezig was gedurende de uren waarop deze tentoonstelling was geopend. Omdat uit het dossier niet blijkt en ook ter zitting niet duidelijk is geworden wie de inschrijver van de bewuste hond is en ook niet is komen vast te staan over wie van beiden de Raad van Beheer rechtsmacht heeft, heeft het Tuchtcollege klager niet ontvankelijk verklaard in zijn klacht.
Uitspraak 04.001
Een persoon is verweten dat hij tijdens een officiële keuring, te weten een meting, waarbij de schofthoogte van honden ten behoeve van windhondenrennen wordt vastgesteld, tegenover degenen die de meting verrichtten onwelvoeglijke taal heeft gebruikt en hen heeft beledigd en bedreigd.
Het verweer dat de Raad van Beheer niet ontvankelijk zou moeten worden verklaard omdat de Raad, door niet binnen de termijn van drie maanden (artikel VI.43, lid 1 van het Kynologisch Reglement) te vorderen dat het Tuchtcollege de zaak in behandeling neemt, het recht om te vervolgen heeft verspeeld wordt verworpen.
Vervolgens wordt de Raad van Beheer niet ontvankelijk verklaard in zijn vervolging wegens schending van een behoorlijke procesorde omdat de Raad van Beheer geen enkele reden heeft kunnen aanvoeren waarom beklaagde wel en een ander, tegen wie in dezelfde zaak tegelijkertijd een klacht is ingediend en wiens rol aanzienlijk groter lijkt, niet is vervolgd terwijl de Raad van Beheer over beiden rechtsmacht heeft.
Uitspraak 04.003a en 04.003b
Twee personen wordt verweten dat zij
- een aan de staart gecoupeerde hond meermalen hebben ingeschreven voor een expositie, terwijl zij wisten althans redelijkerwijs moesten vermoeden dat dat toen verboden was,
- een aan de staart gecoupeerde hond hebben laten deelnemen aan een expositie terwijl zij wisten, althans redelijkerwijs moesten vermoeden dat dat toen verboden was,
- onjuiste gegevens hebben verstrekt bij de inschrijvingsprocedure voor een expositie door onder meer te verklaren dat bedoelde hond niet aan de staart was gecoupeerd.
Het Tuchtcollege is van oordeel dat artikel VI.6.1 onder d. van het Kynologisch Reglement niet verbiedt om aan de staart gecoupeerde honden in te schrijven noch om deze te laten deel nemen aan exposities. Beide beklaagden worden daarom van de eerste twee verwijten vrijgesproken.
Beklaagde in de zaak 04.003a wordt ook van het derde verwijt vrijgesproken. Ter zitting is komen vast te staan dat hij de desbetreffende inschrijfbiljetten niet heeft ondertekend.
Het Tuchtcollege acht beklaagde in zaak 04.003b wel strafbaar voor het derde verwijt. Het Tuchtcollege acht het door deze beklaagde aangevoerde verweer dat de tekst op de inschrijfbiljetten dermate gecompliceerd is dat deze door de gemiddelde exposant niet dan wel anders dan bedoeld is kan worden begrepen niet aannemelijk gemaakt. Het Tuchtcollege acht daarom geen rechtvaardigingsgrond aanwezig en heeft beklaagde gestraft met de straf met een tijdelijke diskwalificatie van de persoon voor de duur van één jaar, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.
(Art. VI.6.1 KR)
Uitspraak 04.004
Een fokker is verweten dat hij onjuiste gegevens heeft verstrekt bij een inschrijvingsprocedure die in het Kynologisch Reglement is geregeld door als vaderhond de naam van een hond te vermelden die niet de vader van de pups uit dat door hem gefokt nest kan zijn.
Het verweer dat de Raad van Beheer niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vervolging omdat beklaagde voor de twee keer wordt bedreigd met straf nu de Raad van Beheer al de stambomen van het gehele nest heeft ingetrokken gaat niet op. Intrekking van stambomen is een administratiefrechtelijke maatregel waarmee de Raad van Beheer zijn recht om tuchtrechtelijk te vervolgen niet heeft verspeeld.
Het Tuchtcollege acht bewezen dat beklaagde het hem verweten gedrag heeft begaan. Het Tuchtcollege heeft overwogen van oordeel te zijn dat overtreding van regels, die bedoeld zijn om een correcte stamboekhouding, waarop blind kan worden vertrouwd, te garanderen in beginsel een langdurige en onvoorwaardelijke diskwalificatie van de overtreder rechtvaardigt.
Gezien de persoon van beklaagde, met name het gegeven dat het Tuchtcollege niet twijfelt aan de goede trouw van beklaagde volstaat het Tuchtcollege met de aanzienlijk mildere staf van een tijdelijke diskwalificatie van de persoon van beklaagde voor de duur van drie maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. (Art. VI.6.1 KR)
Het Tuchtcollege heeft in deze zaak nog ten overvloede overwogen:
“ In deze zaak is de positie van de klager in het tuchtproces aan de orde geweest. Anders dan de vertegenwoordiger van de Raad van Beheer kennelijk veronderstelt, is de klager in het tuchtproces geen procespartij in die zin dat het Tuchtcollege een geschil tussen de klager en de beklaagde zou beslechten. Klager is degene die aangifte doet van een kynologisch strafbaar feit. Klager doet dat bij de Raad van Beheer. De Raad van Beheer besluit vervolgens over verdere vervolging. In voorkomend geval vordert de Raad van Beheer dat het Tuchtcollege de klacht in behandeling zal nemen. De klager wordt ter zitting opgeroepen. Hij wordt in de gelegenheid gesteld zijn klacht toe te lichten en hij kan als getuige worden gehoord. Het feit dat de Raad van Beheer niet of niet tijdig op de klacht heeft gereageerd maakt die positie niet anders.”
--------------------------------------------------------------------------------------
Uitspraak Tuchtcollege d.d. 27 oktober 2004
Zaaknr. 04/005
Beklaagde J.L., bestuurslid/voorzitter van een rasvereniging werd verweten dat hij in die hoedanigheid zonder het hebben van een vergunning de Atibox in combinatie met een clubmatch (= het evenement) heeft doen houden en daarmee in strijd gehandeld heeft met het bepaalde in de artt. IV.10 en IV.13 KR. Tijdens het evenement zijn aan de oren gecoupeerde honden toegelaten. Het evenement was ook opengesteld voor honden van niet erkende rassen. Ook werd er bij de inschrijving een binnen het ras niet erkende kleurindeling aangehouden. Dit handelen heeft tot gevolg dat de regels met betrekking tot de voorwaarden voor het organiseren van een clubmatch alsmede de regels omtrent de gang van zaken tijdens het evenement zijn overtreden. Verder werden er honden zonder officiële FCI stamboom tot het evenement toegelaten, hetgeen in strijd is met art. IV.15 KR.
Het Tuchtcollege heeft geoordeeld dat beklaagde wist althans kon weten dat de evenementen zouden worden gehouden in strijd met de geldende kynologische regelgeving. Door desondanks toch zonder vergunning door te gaan heeft beklaagde bewust het risico op zich genomen dat hij daarvoor tuchtrechtelijk aansprakelijk zou worden gehouden.
Het Tuchtcollege heeft bij de bepaling van de strafmaat rekening gehouden met het feit dat beklaagde als bestuurslid/voorzitter niet van meet af aan betrokken was bij het in strijd met de geldende regelgeving georganiseerde evenement.
Beklaagde wordt met ingang van 21 december 2004 voor een periode van zes maanden, derhalve tot 21 juni 2005 gediskwalificeerd. Deze diskwalificatie houdt in dat hij gedurende deze periode geen kynologische activiteiten, dus ook geen exterieurkeuringen, mag verrichten.
Zaaknr. 04/006
Beklaagde, A.P., bestuurslid/vice-voorzitter van een rasvereniging werd verweten dat hij in die hoedanigheid zonder het hebben van een vergunning de Atibox in combinatie met een clubmatch (= het evenement) heeft doen houden en daarmee in strijd gehandeld heeft met het bepaalde in de artt. IV.10 en IV.13 KR. Tijdens het evenement zijn aan de oren gecoupeerde honden toegelaten. Het evenement was ook opengesteld voor honden van niet erkende rassen. Ook werd er bij de inschrijving een binnen het ras niet erkende kleurindeling aangehouden. Dit handelen heeft tot gevolg dat de regels met betrekking tot de voorwaarden voor het organiseren van een clubmatch alsmede de regels omtrent de gang van zaken tijdens het evenement zijn overtreden. Verder werden er honden zonder officiële FCI stamboom tot het evenement toegelaten, hetgeen in strijd is met art. IV.15 KR.
Het Tuchtcollege acht bewezen dat beklaagde zich in zijn hoedanigheid van bestuurslid/vice voorzitter schuldig heeft gemaakt aan het hem verweten gedrag. Ook de beslissing om de voor het evenement ingeschreven honden te laten keuren volgens de gewraakte kleuren- en klassenindeling en om honden zonder een door de FCI erkende stamboom toe te laten, is door het bestuur genomen en daarvoor zijn in beginsel alle bestuursleden persoonlijk tuchtrechtelijk aansprakelijk.
Vanaf het begin is steeds voldoende aangegeven dat er geen dispensatie zou worden verleend voor honden met gecoupeerde oren en ook is door de Raad van Beheer duidelijk aangegeven wat de richtlijnen waren voor honden met gecoupeerde staarten. Een standpunt dat de Raad van Beheer ook aan de rasvereniging kenbaar heeft gemaakt.
Het Tuchtcollege heeft bij de bepaling van de strafmaat er rekening mee gehouden dat beklaagde nagenoeg van meet af aan betrokken is geweest bij de besluitvorming binnen het bestuur met betrekking tot het evenement.
Beklaagde wordt vanaf 21 december 2004 voor een periode van twee jaar, derhalve tot 21 december 2006, gediskwalificeerd. Deze diskwalificatie houdt in dat hij gedurende deze periode geen kynologische activiteiten mag verrichten.
Zaaknr. 04/007
Beklaagde, M.L.L., bestuurslid/secretaris van een rasvereniging werd verweten dat hij in die hoedanigheid zonder het hebben van een vergunning de Atibox in combinatie met een clubmatch (= het evenement) heeft doen houden en daarmee in strijd gehandeld heeft met het bepaalde in de artt. IV.10 en IV.13 KR. Tijdens het evenement zijn aan de oren gecoupeerde honden toegelaten. Het evenement was ook opengesteld voor honden van niet erkende rassen. Ook werd er bij de inschrijving een binnen het ras niet erkende kleurindeling aangehouden. Dit handelen heeft tot gevolg dat de regels met betrekking tot de voorwaarden voor het organiseren van een clubmatch alsmede de regels omtrent de gang van zaken tijdens het evenement zijn overtreden. Verder werden er honden zonder officiële FCI stamboom tot het evenement toegelaten, hetgeen in strijd is met art. IV.15 KR.
Het Tuchtcollege acht bewezen dat beklaagde zich in zijn hoedanigheid van bestuurslid/vice voorzitter schuldig heeft gemaakt aan het hem verweten gedrag. Ook de beslissing om de voor het evenement ingeschreven honden te laten keuren volgens de gewraakte kleuren- en klassenindeling en om honden zonder een door de FCI erkende stamboom toe te laten, is door het bestuur genomen en daarvoor zijn in beginsel alle bestuursleden persoonlijk tuchtrechtelijk aansprakelijk.
Vanaf het begin is steeds voldoende aangegeven dat er geen dispensatie zou worden verleend voor honden met gecoupeerde oren en ook is door de Raad van Beheer duidelijk aangegeven wat de richtlijnen waren voor honden met gecoupeerde staarten. Een standpunt dat de Raad van Beheer ook aan de rasvereniging kenbaar heeft gemaakt.
Het Tuchtcollege heeft bij de bepaling van de strafmaat rekening gehouden met het feit dat beklaagde als bestuurslid/voorzitter niet van meet af aan betrokken was bij het in strijd met de geldende regelgeving georganiseerde evenement.
Beklaagde wordt met ingang van 21 december 2004 voor een periode van zes maanden, derhalve tot 21 juni 2005, gediskwalificeerd. Deze diskwalificatie houdt in dat hij gedurende deze periode geen kynologische activiteiten mag verrichten.
Zaaknr. 04/009
Beklaagde, J.K., in zijn hoedanigheid van bestuurslid van een rasvereniging werd verweten dat hij in die hoedanigheid zonder het hebben van een vergunning de Atibox in combinatie met een clubmatch (= het evenement) heeft doen houden en daarmee in strijd gehandeld heeft met het bepaalde in de artt. IV.10 en IV.13 KR. Tijdens het evenement zijn aan de oren gecoupeerde honden toegelaten. Het evenement was ook opengesteld voor honden van niet erkende rassen. Ook werd er bij de inschrijving een binnen het ras niet erkende kleurindeling aangehouden. Dit handelen heeft tot gevolg dat de regels met betrekking tot de voorwaarden voor het organiseren van een clubmatch alsmede de regels omtrent de gang van zaken tijdens het evenement zijn overtreden. Verder werden er honden zonder officiële FCI stamboom tot het evenement toegelaten, hetgeen in strijd is met art. IV.15 KR.
Het Tuchtcollege acht bewezen dat beklaagde zich in zijn hoedanigheid van bestuurslid schuldig heeft gemaakt aan het hem verweten gedrag. Ook de beslissing om de voor het evenement ingeschreven honden te laten keuren volgens de gewraakte kleuren- en klassenindeling en om honden zonder een door de FCI erkende stamboom toe te laten, is door het bestuur genomen en daarvoor zijn in beginsel alle bestuursleden persoonlijk tuchtrechtelijk aansprakelijk.
Vanaf het begin is steeds voldoende aangegeven dat er geen dispensatie zou worden verleend voor honden met gecoupeerde oren en ook is door de Raad van Beheer duidelijk aangegeven wat de richtlijnen waren voor honden met gecoupeerde staarten. Een standpunt dat de Raad van Beheer ook aan de rasvereniging kenbaar heeft gemaakt.
Het Tuchtcollege heeft bij de bepaling van de strafmaat er rekening mee gehouden dat beklaagde nagenoeg van meet af aan betrokken is geweest bij de besluitvorming binnen het bestuur met betrekking tot het evenement.
Beklaagde wordt met ingang van 21 december 2004 voor een periode van twee jaar, derhalve tot 21 december 2006, gediskwalificeerd. Deze diskwalificatie houdt in dat hij gedurende deze periode geen kynologische activiteiten mag verrichten.
Zaaknr. 04/010
Beklaagde, H.S., in zijn hoedanigheid van bestuurslid van een rasvereniging werd verweten dat hij in die hoedanigheid zonder het hebben van een vergunning de Atibox in combinatie met een clubmatch (= het evenement) heeft doen houden en daarmee in strijd gehandeld heeft met het bepaalde in de artt. IV.10 en IV.13 KR. Tijdens het evenement zijn aan de oren gecoupeerde honden toegelaten. Het evenement was ook opengesteld voor honden van niet erkende rassen. Ook werd er bij de inschrijving een binnen het ras niet erkende kleurindeling aangehouden. Dit handelen heeft tot gevolg dat de regels met betrekking tot de voorwaarden voor het organiseren van een clubmatch alsmede de regels omtrent de gang van zaken tijdens het evenement zijn overtreden. Verder werden er honden zonder officiële FCI stamboom tot het evenement toegelaten, hetgeen in strijd is met art. IV.15 KR.
Het Tuchtcollege acht bewezen dat beklaagde zich in zijn hoedanigheid van bestuurslid schuldig heeft gemaakt aan het hem verweten gedrag. Ook de beslissing om de voor het evenement ingeschreven honden te laten keuren volgens de gewraakte kleuren- en klassenindeling en om honden zonder een door de FCI erkende stamboom toe te laten, is door het bestuur genomen en daarvoor zijn in beginsel alle bestuursleden persoonlijk tuchtrechtelijk aansprakelijk.
Vanaf het begin is steeds voldoende aangegeven dat er geen dispensatie zou worden verleend voor honden met gecoupeerde oren en ook is door de Raad van Beheer duidelijk aangegeven wat de richtlijnen waren voor honden met gecoupeerde staarten. Een standpunt dat de Raad van Beheer ook aan de rasvereniging kenbaar heeft gemaakt.
Het Tuchtcollege heeft bij de bepaling van de strafmaat er rekening mee gehouden dat beklaagde wel geruime tijd maar niet van meet af aan betrokken is geweest bij de besluitvorming binnen het bestuur met betrekking tot het evenement.
Beklaagde wordt met ingang van 21 december 2004 voor een periode van negen maanden, derhalve tot 21 september 2005, gediskwalificeerd. Deze diskwalificatie houdt in dat hij gedurende deze periode geen kynologische activiteiten mag verrichten.
Zaak 04/11
Beklaagde, M.L. van N., in haar hoedanigheid van bestuurslid van een rasvereniging werd verweten dat zij in die hoedanigheid zonder het hebben van een vergunning de Atibox in combinatie met een clubmatch (= het evenement) heeft doen houden en daarmee in strijd gehandeld heeft met het bepaalde in de artt. IV.10 en IV.13 KR. Tijdens het evenement zijn aan de oren gecoupeerde honden toegelaten. Het evenement was ook opengesteld voor honden van niet erkende rassen. Ook werd er bij de inschrijving een binnen het ras niet erkende kleurindeling aangehouden. Dit handelen heeft tot gevolg dat de regels met betrekking tot de voorwaarden voor het organiseren van een clubmatch alsmede de regels omtrent de gang van zaken tijdens het evenement zijn overtreden. Verder werden er honden zonder officiële FCI stamboom tot het evenement toegelaten, hetgeen in strijd is met art. IV.15 KR.
Het Tuchtcollege acht bewezen dat beklaagde zich in haar hoedanigheid van bestuurslid schuldig heeft gemaakt aan het haar verweten gedrag. Ook de beslissing om de voor het evenement ingeschreven honden te laten keuren volgens de gewraakte kleuren- en klassenindeling en om honden zonder een door de FCI erkende stamboom toe te laten, is door het bestuur genomen en daarvoor zijn in beginsel alle bestuursleden persoonlijk tuchtrechtelijk aansprakelijk.
Vanaf het begin is steeds voldoende aangegeven dat er geen dispensatie zou worden verleend voor honden met gecoupeerde oren en ook is door de Raad van Beheer duidelijk aangegeven wat de richtlijnen waren voor honden met gecoupeerde staarten. Een standpunt dat de Raad van Beheer ook aan de rasvereniging kenbaar heeft gemaakt.
Het Tuchtcollege heeft bij de bepaling van de strafmaat er rekening mee gehouden dat beklaagde nagenoeg van meet af aan betrokken is geweest bij de besluitvorming binnen het bestuur met betrekking tot het evenement.
Beklaagde wordt, met ingang van 21 december 2004, voor een periode van twee jaar, derhalve tot 21 december 2006, gediskwalificeerd. Deze diskwalificatie houdt in dat hij gedurende deze periode geen kynologische activiteiten mag verrichten.
Zaak 04/012
Beklaagde, R.V., wordt verweten dat hij in zijn hoedanigheid van keurmeester medewerking heeft verleend, dan wel heeft deelgenomen aan de op 29 en 30 mei 2004 te Deurne gehouden Atibox Wereldshow. Hij wist dat deze expositie werd gehouden zonder de daarvoor vereiste toestemming van de Raad van Beheer, hetgeen in strijd is met het bepaalde in art. VI.10 KR.
Het Tuchtcollege is echter van oordeel dat beklaagde, doordat het bestuur van de rasvereniging hem en zijn collega keurmeesters heeft nagelaten op de hoogte te stellen van de al langere tijd lopende controverse tussen de rasvereniging en de Raad van Beheer over de toepasselijkheid van het coupeerverbod op het bedoelde evenement. Hetzelfde geldt ten aanzien van het intrekken van de vergunning om het evenement te mogen houden. Zowel beklaagde als de overige keurmeesters zijn hierdoor in een lastig parket gebracht. Beklaagde heeft de verantwoordelijkheid om zich te onthouden van medewerking niet willen nemen. Voor de keuze van beklaagde en de overige drie – buitenlandse – keurmeesters om onder de gegeven omstandigheden toch mee te werken aan het evenement heeft het Tuchtcollege begrip.
Het Tuchtcollege heeft bij bepaling van de strafmaat begrip getoond voor de geschetste omstandigheden. Aan beklaagde zal geen straf worden opgelegd en de hem door de Raad van Beheer op 21 juni 2004 opgelegde schorsing is met ingang van 27 oktober 2004 opgeheven.
------------------------------------------------------------------------
Op haar zitting van 21 september 2004 heeft het Tuchtcollege in onderstaande zaken uitspraak gedaan:
Uitspraak 03.090 en 03.091
Een Nederlandse exposant wordt verweten aan de Wereldwinner 2003 in Dortmund te hebben deelgenomen met een gecoupeerde hond ondanks het ook voor Nederlandse exposanten geldende coupeerverbod. Bovendien wordt deze exposant verweten zich onrechtmatig te hebben bediend van een medische verklaring.
Het Tuchtcollege heeft beklaagde vrijgesproken van het verwijt van het exposeren van een gecoupeerde hond tijdens de Wereldwinner 2003 in Duitsland. Argument van het Tuchtcollege is dat op grond van artikel VI.3 van het Kynologisch Reglement alleen kan worden gestraft als het handelen van exposant niet alleen in Duitsland maar ook in Nederland strafbaar is. Dit laatste is niet het geval omdat de betreffende hond is geboren vóór in Nederland het coupeerverbod van kracht werd. Beklaagde is daarom vrijgesproken van het verweten gedrag met een gecoupeerde hond aan de Wereldwinner 2003 in Dortmund te hebben deelgenomen.
Het Tuchtcollege heeft beklaagde berispt voor het verwijt zich onrechtmatig te hebben bediend van een medische verklaring tijdens de Wereldwinner 2003 in Dortmund. Argument van het Tuchtcollege is dat de hond al was gecoupeerd en bij deze hond later om medische redenen de staartpunt is verwijderd. Met het gebruik van deze medische verklaring heeft beklaagde het coupeerverbod omzeild en bij de inschrijvingsprocedure voor de tentoonstelling gegevens verzwegen. Dat is in Duitsland een strafbaar feit en levert ook in Nederland een strafbaar feit op, te weten overtreding van het verbod gesteld in artikel VI.6 van het Kynologisch Reglement.
Uitspraak 02.083
Een fokster wordt - kort gezegd - verweten dat ze de handtekening van de eigenaar van de dekreu op een dek- en geboorteaangifte heeft vervalst en dat ze onjuiste gegevens op een dek- en geboorteaangiftekaart heeft vermeld.
Van het eerste feit heeft het Tuchtcollege vastgesteld dat de geplaatste handtekeningen inderdaad aanzienlijk verschillen. Maar het Tuchtcollege is er niet van overtuigd dat beklaagde degene is die de handtekening heeft gezet. Van het verwijt van het vervalsen van een handtekening op de dek- en geboorteaangifte is beklaagde daarom vrijgesproken.
Van het tweede feit acht het Tuchtcollege bewezen dat beklaagde bij de aanvraagprocedure als geregeld in het Kynologisch Reglement, te weten de procedure voor inschrijving in het Nederlands Hondenstamboek (Hoofdstuk III, titel 2, afdeling 3 KR) bedrieglijke handelingen heeft gepleegd. Het verstrekken van onjuiste afstammingsgegevens acht het Tuchtcollege ontoelaatbaar en ernstig. Het Tuchtcollege heeft daarom aan beklaagde de straf van diskwalificatie voor de duur van tien jaar opgelegd.
Op advies van het Tuchtcollege (art. VI.53 KR) publiceert de Raad van Beheer deze uitspraak.
------------------------------------------------------------------------
Op haar zitting van 29 juni 2004 heeft het Tuchtcollege in onderstaande zaken uitspraak gedaan:
Uitspraak 02.091
Een vereniging en een viertal natuurlijke personen is verweten dat zij, door kwetsend en onnodig grievend gedrag ten aanzien van een fokster, het aanzien en de belangen van de kynologie hebben geschaad (art. VI.24 KR).
Het Tuchtcollege heeft alle beklaagden vrijgesproken omdat het Tuchtcollege “kwetsend en onnodig grievend gedrag” niet bewezen achtte.
Het tuchtcollege heeft ten overvloede nog overwogen: “ dat de strekking van de bepaling van artikel VI.24 KR dat: “hij die het aanzien of de belangen van de kynologie schaadt, kan worden gestraft”, niet mag worden uitgelegd als een kapstokartikel waaraan vrijwel elk ongewenst gedrag kan worden opgehangen. Het legaliteitsbeginsel: “geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgaande strafbepaling”, staat een dergelijke, ruime uitleg niet toe. Een vervolging op grond van deze strafbepaling is slechts mogelijk indien er sprake is van opzettelijk en wederrechtelijk schaden van het aanzien of de belangen van de kynologie als zodanig. Ook op grond van deze overweging zou beklaagde van het hem verweten gedrag moeten worden vrijgesproken”.
Uitspraak 03.004
Een fokster is verweten dat zij medewerking heeft verleend aan een evenement in december 2002, georganiseerd door een niet erkende vereniging (art. VI.5 lid1 KR) en dat zij medewerking heeft verleend aan een expositie, die werd gehouden zonder de daarvoor vereiste toestemming (art. VI.10 KR).
Ten aanzien van het eerste feit heeft het Tuchtcollege beklaagde vrijgesproken omdat het hier een in Duitsland gevestigde vereniging betrof, waarop de kwalificatie “niet erkende vereniging” als bedoeld in art. VI.5 van het KR, door de aard en de strekking van die bepaling, niet toepasbaar is.
Ten aanzien van het tweede feit heeft het Tuchtcollege beklaagde niet strafbaar verklaard omdat zij uit een brief van het bestuur van de Raad van Beheer mocht begrijpen dat haar voor de verweten activiteiten toestemming was verleend.
Uitspraak 03.055
Een fokster is verweten dat zij bij de aanvraagprocedure voor inschrijving in het Nederlands hondenstamboek gegevens heeft verzwegen door op het formulier “Aanvraag voor stambomen” geen opgave te doen van gegevens die vereist zijn in geval van kunstmatige inseminatie (VI.6 lid 1 KR) en dat zij een bedrieglijke handeling heeft gepleegd bij de beoefening van de hondensport door een valse handtekening te plaatsen op een formulier “Dek- en Geboorteaangifte” (VI.6 lid 2 KR).
Ten aanzien van het eerste feit heeft het Tuchtcollege beklaagde vrijgesproken omdat genoeglijk is gebleken dat zij de bedoelde opgave wel heeft gedaan.
Ten aanzien van het tweede feit acht het Tuchtcollege bewezen en heeft het de overtuiging verkregen, dat beklaagde dit feit heeft begaan. Beklaagde wordt gestraft met de straf van berisping.














