Tuchtcollege

Wie in Nederland deelneemt aan de door de Raad van Beheer gereglementeerde activiteiten accepteert daarbij de regels die in deze sector gelden. ‘Aanvaardt de rechtsmacht van de Raad van Beheer’, heet dat in juridische terminologie.

 

De statuten en het huishoudelijk reglement van de Raad bevatten natuurlijk het nodige aan regelgeving, maar voor de individuele hondenbezitter is vooral het Kynologisch Reglement (KR) van belang. Daarin gaat het over de registratie (de inschrijving in het NHSB, het hondenstamboek) en de gang van zaken op exposities, wedstrijden, examens en praktijkproeven. Verder over hoe men tegen besluiten van de Raad bezwaar kan maken, en over wat strafbaar is en hoe gestraft wordt.

 

Tuchtrecht gaat over het handhaven van de regelgeving die geldt in een organisatie. Zo kennen sommige beroepen tuchtrecht, bijvoorbeeld advocaten, accountants, artsen, verpleegkundigen, dierenartsen of politiepersoneel. Tuchtrecht komt ook voor bij sportbonden. Beoefenaars van kynologie en hondensport zijn dus eveneens onderworpen aan dit type recht. Het is bedoeld om in eigen kring de regels te handhaven.

 

Het Tuchtcollege behandelt klachten bij overtreding van bepalingen in kynologische reglementen en beschermt de belangen en het aanzien van de kynologie.

 

Verboden

Wat mag er allemaal niet in de kynologie en de hondensport? Om te beginnen valt er te zondigen tegen bijna alles wat in het KR is geregeld. Maar er zijn ook kwesties waarvan uitdrukkelijk is aangegeven dat ze niet de bedoeling zijn. Die staan onder het kopje ‘bijzondere verboden’ in hoofdstuk VI.

Uit deze lange lijst hier wat voorbeelden:

  • Het is niet toegestaan bij aanvraag-, aanmeldings- of inschrijvingsprocedures die in het KR zijn geregeld onjuiste gegevens te verstrekken of gegevens te verzwijgen.
  • Een kennelnaam voeren als die niet door de Raad is verleend is ook niet toegestaan, evenals een geregistreerde kennelnaam gebruiken om reclame mee te maken voor bedrijfsmatige zaken als hondenpension of trimsalon.
  • Medewerking verlenen of deelnemen aan activiteiten die in het KR zijn gereglementeerd maar waarvoor geen toestemming is verkregen, of die worden georganiseerd door verenigingen die niet bij de Raad zijn aangesloten, is verboden.
  • Het is niet toegestaan om uiterlijk, beweging of gedrag van een hond door een ingreep zo te veranderen dat de keurmeester kan worden misleid, tenzij je de keurmeester daarvan vooraf op de hoogte stelt. Drugs toedienen om de prestaties te verhogen aan honden die meedoen aan wedstrijden, examens of proeven is verboden.
  • Onwelvoeglijk gedrag ten opzichte van keurmeesters en officials op exposities en wedstrijden is niet toegestaan.
  • Double handling (van buiten de ring de aandacht trekken van een hond in de ring) mag echt niet.
  • Ringfunctionarissen mogen geen informatie aan de keurmeester geven die zijn of haar oordeel zou kunnen beïnvloeden (tenzij ze een overtreding constateren). 

 

Klacht

Ieder die een strafbaar feit constateert en vindt dat daar wat tegen gedaan moet worden, kan schriftelijk een klacht indienen bij de Raad van Beheer. Om te zorgen dat dit niet te overhaast wordt gedaan moet tegelijkertijd een in het Tarievenbesluit bepaald bedrag worden gestort, dat de klager overigens terug krijgt als de beklaagde schuldig wordt verklaard.

 

U dient hiervoor gebruik te maken van het Klachtenformulier Tuchtcollege. Dit formulier kunt u downloaden onder de knop "Inschrijvingen, aanvragen & bestellingen", pagina "Klachtenformulier Tuchtcollege". Klik hier voor de pagina.

 

Als de Raad het zinvol acht op de klacht een uitspraak van het Tuchtcollege te krijgen (meestal is dat zo) kan de Raad vorderen dat het Tuchtcollege de zaak in behandeling neemt. De Raad kan ook zelf een klacht indienen en aangeklaagd worden.

 

De Raad moet binnen drie maanden beslissen wat er gaat gebeuren met een bij de Raad ingediende klacht. Als de Raad besluit de zaak niet aan het Tuchtcollege voor te leggen kan de indiener van de klacht tegen die beslissing beroep instellen bij de Geschillencommissie. Laat de Raad de termijn van drie maanden voorbijgaan dan mag de klager zich rechtstreeks met zijn klacht tot het Tuchtcollege wenden.

 

Het Tuchtcollege is het orgaan dat is ingesteld om klachten te behandelen en indien nodig een straf te bepalen. Het bestaat op dit moment uit vijf leden die worden bijgestaan door een secretaris. Het Tuchtcollege behandelt een zaak op een zitting met drie leden, onder wie één voorzitter die altijd jurist is. Voor alle betrokkenen vormt het Tuchtcollege een bezigheid naast een normale dagtaak.

 

De secretaris bereidt de zittingen voor, is er bij aanwezig en zorgt voor de afhandeling. Zodra een klacht bij de Raad van Beheer en vervolgens bij het Tuchtcollege binnenkomt wordt dat schriftelijk meegedeeld aan de beklaagde. Die krijgt een afschrift van de klacht en van alle stukken die er op betrekking hebben. Hij moet immers weten wat er speelt. De beklaagde krijgt uiteraard ook de kans zich te verweren.

Zo spoedig mogelijk laat de secretaris van het Tuchtcollege aan partijen weten wanneer de zaak op de zitting zal worden behandeld. Haar streven is een zaak binnen een jaar tot een afronding te brengen. Zo nodig vraagt het Tuchtcollege nog stukken op, maar een eigen diepgaand onderzoek verricht het doorgaans niet. Klager, beklaagde en de Raad leveren in de regel de informatie aan.

 

Zitting

Tijdens de zitting krijgt de indiener van de klacht de gelegenheid de zaak toe te lichten, de beklaagde kan zich verdedigen en de leden van het Tuchtcollege stellen zo nodig vragen. Daarna komen partijen nog een keer aan de beurt. De zittingen zijn in de regel besloten. Na de zitting houden de leden van het Tuchtcollege een nabespreking, de zogenaamde ‘raadkamer’. Daar wordt beoordeeld of de behandelde klachten geheel of gedeeltelijk gegrond zijn en zo ja, wat de eventuele straf moet zijn. Ongeveer een maand na afloop van de zitting is de uitspraak gereed om te worden verzonden aan klager, beklaagde en de Raad van Beheer. Tegen uitspraken is geen beroep mogelijk.

 

Per jaar zijn er zo’n vijf zittingen. Het aantal zaken dat per keer behandeld wordt is verschillend, evenals de zwaarte ervan. Er zijn veel lichte vergrijpen. Maar steeds komen ook ernstiger klachten aan de orde. Het merendeel gaat over zaken die verband houden met tentoonstellingen. Klachten rondom de fokkerij komen ook voor. Tijdens de hondensporten en examens gebeuren kennelijk minder vaak dingen die klagers tot actie drijven; het aantal zaken op die terreinen is beperkt.

 

Straf

De straffen die het Tuchtcollege kan opleggen lopen uiteen van een berisping, via geldboetes, tijdelijke of blijvende diskwalificatie van de persoon en/of een of meer van zijn honden, tot ontneming van de bevoegdheid tot het voeren van een kennelnaam en/of het optreden als keurmeester of official. De uitspraken worden alleen gepubliceerd als het Tuchtcollege de Raad aanbeveelt dat te doen.

 

Namen noemen is altijd vervelend, maar soms niet te vermijden. Zo zal, als beklaagden in de een of andere vorm een diskwalificatie van de persoon of van hun hond opgelegd krijgen, deze uitspraak wel met naam en toenaam bekend gemaakt moeten worden. Gelukkig komt dit slechts sporadisch voor.

 

Voor uitspraken van het Tuchtcollege klik hier.

 

Reglement Tuchtcollege

De bepalingen die op het Tuchtrecht van toepassing zijn zijn terug te vinden in Hoofdstuk VI van het Kynologisch Reglement. Klik hier voor de reglementen.

 

Correspondentieadres Tuchtcollege

Vanaf 15 maart 2004 heeft het Tuchtcollege een eigen adres:

Tuchtcollege voor de Kynologie

Postbus 75743

1070 AS  AMSTERDAM

Drecomm