Hieronder vindt u informatie over de door de FCI erkende rassen en rasgroepen.
Aan de hier vermelde rasinformatie en afbeelding kunnen geen rechten ontleend worden. De omschrijving geldt als indicatie.
De officiële FCI rasstandaarden in samenhang met eventuele convenanten met de erkende rasvereniging gelden als leidend voor beoordelingen tijdens officiële FCI/Raad van Beheer exposities en wedstrijden en voor opname in het NHSB.
Ontstaan in de Schotse Hooglanden. Komt op afbeeldingen van 400 jaar geleden al voor. Werd in de 19de eeuw Aberdeen Terrier of Highland Terrier genoemd. Door de geïsoleerde ligging van het ontwikkelingsgebied, vond er weinig vermenging met andere Schotse Terrierrassen plaats. Rond 1880 werd de rasstandaard vastgesteld.
Algemeen voorkomen
Kortbenig, met een gespierde, korte rug en diepe borstkas. Het hoofd is langgerekt en relatief groot. Nooit lomp of grof. Het totaalbeeld straalt kracht, waardigheid en harmonie uit. Aristocraat onder de Terriers.
Schofthoogte
25,4 cm
Gewicht
8,6 - 10,4 kg
Vacht
Vlak aanliggende, dubbele weerbestendige vacht. Bovenvacht: hard, dicht en draadharig. Ondervacht: kort, dicht en zacht. Kleuren: zwart, tarwekleurig of in elke tint gestroomd.
Gebruik
Gefokt voor het gebruik bij de jacht, maar ook als verdelger van vossen, dassen, ratten en andere schadelijke dieren. Nu hoofdzakelijk huishond, die zich zowel in de stad als op het platteland thuis voelt. Heeft een consequente opvoeding nodig.
Gezondheid
Er zijn gevallen bekend van zogenaamde 'Scottie cramp' (een soort lichte toeval). Zie verder de WKHS gezondheidsinventarisatie.
Aard
Bedrijvig en onverschrokken, maar nooit agressief. Onafhankelijk, schrander en soms gereserveerd.
Bijzonderheden
De vacht moet enige keren per jaar van het dode haar worden ontdaan door hem te plukken. Het tentoonstellingstoilet vraagt meer onderhoud en vakkennis.