Aanlijnen of loslopen

In Nederland is per gemeente een aanlijngebod vastgelegd in de Algemene Politie Verordening. Ook in natuurgebieden, bossen en op stranden geldt een aanlijngebod of toestemming om honden los te laten lopen. Informatie hierover vindt u meestal op borden op de terreinen zelf of eventueel bij de gemeente/provincie. Het is verstandig de aanlijngeboden te volgen. Tegen bekeuringen kunt u zich niet verzekeren en bij ongelukken die zijn ontstaan door toedoen van een loslopende hond op een plek waar dat niet is toegestaan, is de eigenaar altijd de schuldige.

 

 

Honden lopen natuurlijk het liefst los. Echter, niet elk ras is daarvoor geschikt. Niet getrainde honden met veel jachtinstinct en diverse Poolhondenrassen nemen bij het loslaten zoveel ruimte dat ze niet meer onder appèl te houden zijn. Hierdoor kunnen gevaarlijk situaties ontstaan.

Ook sommige Brakken zijn niet gemakkelijk los mee te nemen. Wees attent op plaatsen met in de nabije omgeving verkeer.

 

Een verkeersongeluk vormt een van de meest voorkomende doodsoorzaken bij honden. In de praktijk zal een hond buiten meestal aan de lijn moeten lopen.

Zeker in steden is het moeilijk om plaatsen te vinden waar het toegestaan is de hond los te laten lopen. Er zijn diverse soorten lijnen in de handel die de hond toch een wat grotere bewegingsvrijheid geven dan de traditionele hondenriem.

Loslopen 'lange honden'
Er wordt veelal beweerd dat windhonden (Greyhound, Whippet, Afghaanse Windhond, Galgo Espanol, Podenco, etc.) in Nederland nooit los zouden mogen lopen volgens de Wet. Vaak duidt men dit aan met 'lange honden'. Een lange hond is een hond die snel genoeg is om het wild te achtervolgen én te vangen.
Er is echter geen specifieke regelgeving (meer) met betrekking tot windhonden.

Iedere hondeneigenaar dient zich echter wel te houden aan de Flora- en faunawet.

Naast de Flora- en faunawet kunnen ook nog Algemeen Plaatselijke Verordeningen van de gemeente van toepassing zijn op honden.

In de Flora- en Faunawet staat dat iedereen verplicht is te verhinderen dat een dier (dus ook alle honden) dat hem toebehoort of onder zijn toezicht staat, in het veld dieren opspoort, doodt, verwondt, vangt of bemachtigt (artikel 16, lid 3).

Met veld wordt volgens de Flora- en Faunawet bedoeld: stranden, schorren, gorzen, kwelders, slikken, wadden, binnenwateren en territoriale wateren alsmede wegen en paden, voor zover deze geacht kunnen worden deel uit te maken van een voor de uitoefening van de jacht bestemd of geschikt terrein.
Hieronder vallen bijvoorbeeld, bossen, wegen en paden waar bejaagbare soorten als konijn en fazant aanwezig zijn.

Dit is van toepassing voor iedere hondenbezitter, die zijn hond niet gebruikt in het kader van jacht of beheer en schadebestrijding.

Men moet dus goed uitkijken als men zich in een veld begeeft. Als het al is toegestaan om er met de hond te komen moet de bezitter of toezichthouder altijd voorkomen dat de hond in het veld dieren opspoort, doodt, verwondt, vangt of bemachtigt.

Drecomm